Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 27 september 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:5877Zaaknummer 722257 / FA RK 22 5430

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27 september 2022
Publicatiedatum
31 oktober 2022
Zaaknummer
722257 / FA RK 22 5430
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz. Zorgmachtiging. Rechtbank beslist buiten de beslistermijn van drie weken, waardoor de zorgmachtiging niet voor de verzochte duur kan worden verleend.

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.8 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 27 maart 2023.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is op 27 september 2022 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. G.M. Beunk, rechter, bijgestaan door mr. L.F. Datema als griffier en op 12 oktober 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/722257 FA RK 22/5430

kenmerk: ZM/IND/83911

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 27 september 2022 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

betrokkene: [betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

zorgaanbieder: Arkin

advocaat: mr. D. Poot te Den Haag

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 september 2022.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 september 2022 in het gebouw van de rechtbank Amsterdam. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- advocaat van betrokkene

- psychiater L. Kruse

- sociaal psychiatrisch verpleegkundige [naam].

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

De rechtbank heeft geconstateerd dat betrokkene niet bij de mondelinge behandeling is verschenen. De rechtbank stelt vast dat betrokkene naar behoren is opgeroepen. De advocaat heeft verklaard dat het niet gelukt is om met betrokkene in contact te komen. De advocaat heeft per sms en whatsapp de datum en tijd van deze zitting aan betrokkene doorgegeven, maar geen reactie gekregen. Betrokkene heeft de advocaat teruggebeld, maar zei toen niets. De advocaat heeft va de zus van betrokkenen vernomen dat betrokkene sinds de afgelopen week alle contact afhoudt.

De rechtbank concludeert op grond van voornoemde informatie dat betrokkene op de hoogte is van de zitting maar er voor heeft gekozen om niet aanwezig te zijn. De rechtbank heeft daarom besloten om de behandeling van het verzoekschrift buiten aanwezigheid van betrokkene voort te zetten.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofrenie, een verstandelijke beperking en cannabismisbruik.

2.3.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.

2.5.

De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit, omdat hij geen medicatie en geen zorgmachtiging wil.

2.6.

De rechtbank volgt dit standpunt niet en acht het noodzakelijk dat er opnieuw een zorgmachtiging voor betrokkene komt. Betrokkene heeft geen ziektebesef en wil niet op vrijwillige basis meewerken met de behandeling. Uit de stukken blijk dat betrokkene medicatie nodig heeft om te voorkomen dat hij decompenseert. Tijdens eerdere ontregelingen van zijn psychiatrisch toestandsbeeld ontstond er ernstig nadeel, waaronder zeer agressief gedrag naar anderen.

2.7.

Ten aanzien van de duur van de te verlenen zorgmachtiging overweegt de rechtbank dat de officier van justitie het verzoek tijdig heeft ingediend, maar dat de rechtbank de beslistermijn van drie weken heeft overschreden. De advocaat heeft er terecht op gewezen dat, gelet op artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Wvggz, met het verstrijken van de beslistermijn de vorige zorgmachtiging op 23 september 2022 is vervallen. De consequentie hiervan is dat nu een zorgmachtiging voor de duur van maximaal zes maanden kan worden verleend, en niet de verzochte twaalf maanden.

2.8.

Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:

  • toedienen van medicatie, voor de duur van 6 maanden;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, voor de duur van 6 maanden;
  • beperken van de bewegingsvrijheid, telkens voor maximaal 3 maanden per keer;
  • insluiten telkens voor maximaal 3 weken per keer;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor maximaal 3 weken per keer;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, telkens voor maximaal 3 maanden per keer;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam voor de duur van 6 maanden;
  • opnemen in een accommodatie, telkens voor maximaal 3 maanden per keer.
2.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.10.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.11.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal de zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.8 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 27 maart 2023.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is op 27 september 2022 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. G.M. Beunk, rechter, bijgestaan door mr. L.F. Datema als griffier en op 12 oktober 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.