Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Amsterdam, 4 augustus 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:4728Zaaknummer AWB - 22 _ 1331
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2022
- Publicatiedatum
- 24 oktober 2022
- Zaaknummer
- AWB - 22 _ 1331
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Griffierecht niet betaald. Eiseres heeft niet gereageerd op de vraag van de griffier om de reden van het niet betalen van het griffierecht op te geven. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Beroep niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen.[_00e1a0ce-ff28-411d-80c4-8f13cbb4598c] In deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 50,-. De griffier heeft een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Dat betekent dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft eiseres met een brief van 11 maart 2022 een betaaltermijn van vier weken gesteld. In een per aangetekende post verzonden brief van 9 april 2022 heeft de griffier eiseres een tweede betaaltermijn van vier weken gegeven. Beide brieven zijn naar het door eiseres in haar beroepschrift opgegeven adres verzonden. Het griffierecht diende uiterlijk op 9 mei 2022 door de rechtbank te zijn ontvangen.
4. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald.
5. Eiseres heeft niet gereageerd op de vraag van de griffier bij brief van 26 juli 2022 om de reden van het niet betalen van het griffierecht op te geven. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling is bij die uitkomst geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig - Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. L.H.J. van Haarlem, griffier, op 4 augustus 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/1331
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2022 in de zaak tussen
[eiser], te Amsterdam, eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Elfert).
Procesverloop
Met het besluit van 20 januari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering van eiseres op grond van de Werkloosheidswet (WW) voor de maand oktober 2021 herzien en een bedrag van € 715,20 aan teveel ontvangen WW-uitkering teruggevorderd. Met het besluit van 15 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2022. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen.[_00e1a0ce-ff28-411d-80c4-8f13cbb4598c] In deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 50,-. De griffier heeft een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Dat betekent dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft eiseres met een brief van 11 maart 2022 een betaaltermijn van vier weken gesteld. In een per aangetekende post verzonden brief van 9 april 2022 heeft de griffier eiseres een tweede betaaltermijn van vier weken gegeven. Beide brieven zijn naar het door eiseres in haar beroepschrift opgegeven adres verzonden. Het griffierecht diende uiterlijk op 9 mei 2022 door de rechtbank te zijn ontvangen.
4. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald.
5. Eiseres heeft niet gereageerd op de vraag van de griffier bij brief van 26 juli 2022 om de reden van het niet betalen van het griffierecht op te geven. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling is bij die uitkomst geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig - Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. L.H.J. van Haarlem, griffier, op 4 augustus 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.