Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 25 juli 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:4048Zaaknummer 9156003 CV EXPL 21-5824
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juli 2022
- Publicatiedatum
- 2 augustus 2022
- Zaaknummer
- 9156003 CV EXPL 21-5824
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verstek. Ambtshalve toetsing. Eindvonnis. Eiseres ziet af akte te nemen omdat zij niet in staat is meer informatie te overleggen. Niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan 6:230v lid 6 BW. Overeenkomst nietig. Vordering afgewezen.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9156003 CV EXPL 21-5824
vonnis van: 25 juli 2022
fno.: 991
vonnis van de kantonrechter
i n z a k e
de vennootschap naar buitenlands recht Hoist Finance AB
gevestigd te Stockholm, Zweden
eiseres
gemachtigde: Agin Timmermans
t e g e n
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
niet verschenen
Verder verloop van de procedure
Op 27 december 2021 is een tussenvonnis gewezen. Het tussenvonnis is bij rolmededeling van 7 maart 2022 nogmaals aan eiseres toegestuurd, omdat zij dit niet had ontvangen. Naar aanleiding van het tussenvonnis heeft eiseres op 9 mei 2022 een akte ingediend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
Gronden van de beslissing
- De inhoud van het tussenvonnis geldt als hier herhaald en ingelast.
- Eiseres heeft in haar akte gesteld dat zij niet in staat is om meer informatie te overleggen dan zij bij dagvaarding reeds heeft gedaan. Daarom ziet eiseres ervan af een akte te nemen.
- Zoals in het tussenvonnis reeds is overwogen, kan op grond van de stellingen in de dagvaarding niet worden vastgesteld dat eiseres heeft voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:230v lid 6 BW. Dat leidt tot de conclusie dat de overeenkomst nietig is, zodat de vordering moet worden afgewezen.
- Eiseres wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.