Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 7 juni 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:3493Zaaknummer C/13/712949 / JE RK 22-56

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
7 juni 2022
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/712949 / JE RK 22-56
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

afwijzing uhp

De beslissing

De kinderrechter:

- wijst het verzoek tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] voor het resterende gedeelte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2022 door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D.S. Strooper, als griffier en op 17 juni 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het procesverloop
  2. De feiten
  3. Het verzoek
  4. De nadere standpunten
  5. De beoordeling
  6. De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/712949 / JE RK 22-56

Datum uitspraak: 7 juni 2022

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM,

locatie [locatie], hierna te noemen: de GI,

betreffende

[betrokkene 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats],

hierna te noemen: [betrokkene 1],

[betrokkene 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats],

hierna te noemen: [betrokkene 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. M. Gerson, te Amsterdam.

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam vader], de vader,

[naam grootmoeder], de grootmoeder moederszijde (oma).

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 20 januari 2022, ingekomen bij de griffie op 24 januari 2022;

- de beschikking van 10 maart 2022, schriftelijk uitgewerkt op 15 maart 2022, welke als herhaald en ingelast moet worden beschouwd.

Op 7 juni 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn: - de moeder, bijgestaan door mr. M. Gerson; - dhr. [naam 1], namens de GI.

Opgeroepen en niet verschenen is: - de vader.

Als informant is (telefonisch) gehoord:

- - de oma

De feiten

Het ouderlijk gezag over [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wordt uitgevoerd door de moeder.

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] verblijven bij hun grootouders (mz).

Bij beschikking van 28 september 2021 zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] onder toezicht gesteld tot 29 september 2022.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 15 maart 2022 de machtiging tot uithuisplaatsing van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in een netwerkpleeggezin verlengd tot 10 juni 2022. Het resterende gedeelte van het verzoek, de machtiging uithuisplaatsing verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, is daarbij aangehouden en wordt heden ter zitting behandeld.

Het verzoek

De GI persisteert in het verzoek om de machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De GI heeft naar voren gebracht dat de hulpverlening inmiddels op gang is gekomen vanuit [naam 2]. [naam 2] heeft in overleg met alle betrokken partijen een (veiligheids)plan opgesteld met als uiteindelijk doel de thuisplaatsing van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Alle betrokkenen ondersteunen het plan en dit wordt goed nageleefd. Zodoende worden positieve stappen gemaakt. Desalniettemin zijn de zorgen over de thuissituatie bij ouders, en specifiek hun onderlinge communicatie en omgang, nog niet verdwenen. Om zicht te houden op de situatie en om bij te kunnen sturen waar nodig, handhaaft de GI het resterende gedeelte van het verzoek.

De nadere standpunten

De moeder

De moeder heeft verklaard dat het zichtbaar veel beter gaat; zowel met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] als onderling tussen haar en de vader. De moeder ervaart veel steun vanuit [naam 2]. De gemaakte afspraken en het opgestelde veiligheidsplan hebben een positieve uitwerking op het gehele gezin.

De raadsvrouw van de moeder

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat op dit moment goede afspraken zijn gemaakt over de omgang en de opbouw daarvan. Dit verloopt naar ieders tevredenheid, wordt volledig ondersteund en goed nageleefd. Daarbij is de regie in handen van [naam 2] en bestaat een goede connectie tussen [naam 2], ouders, grootouders en de kinderen. [naam 2] heeft geconcludeerd dat geen directe zorg omtrent de opvoedvaardigheden van ouders is. Een ondertoezichtstelling is in combinatie met de begeleiding van [naam 2] voldoende om regie en toezicht te kunnen behouden. Derhalve is geen noodzaak meer om de uithuisplaatsing voort te zetten. Voorts zal een beëindiging van de formele uithuisplaatsing de ouders rust geven en is dat voor ouders een beloning voor hun harde werk het afgelopen jaar.

De oma

Volgens de oma gaat het goed op dit moment. Afspraken worden gemaakt, nagekomen en waar nodig, in overleg, op de situatie afgestemd. In het plan zoals dat door [naam 2] is opgesteld zit een goede opbouw. Het is belangrijk dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] weer bij hun ouders kun gaan wonen, dat is waar zij thuis horen. Volgens de oma is de moeder voldoende in staat om zorgen te herkennen en te uitten. Daarnaast is met de aanwezigheid van [naam 2] voldoende zicht op de situatie en weet de oma zelf ook welke wegen zij moet bewandelen mocht dit nodig zijn. Een voortzetting van de uithuisplaatsing heeft volgens de oma dan ook geen meerwaarde.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat niet langer is voldaan aan het wettelijk criterium genoemd in artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter overweegt hieromtrent als volgt.

Zoals hierboven en in de beschikking van 10 maart 2022 beschreven en door de GI is aangevoerd, zijn er zorgen over de thuissituatie van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] verblijven nu ongeveer negen maanden bij grootouders mz op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn over het algemeen vrolijk en met name [betrokkene 1] heeft het afgelopen jaar, onder meer door een verandering van school, een enorme groei in haar ontwikkeling gemaakt. Er is in samenwerking met [naam 2] een plan opgesteld waarin toegewerkt wordt naar een verblijf van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bij de ouders van vrijdag t/m dinsdag en op de woensdag en donderdag bij grootouders mz. Dit was ook al de regeling tussen ouders en grootouders voor de uithuisplaatsing van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Ook nu al verblijven de kinderen elke week van vrijdag tot en met maandag en soms dinsdag bij de ouders en dat gaat goed. Ter zitting is gebleken dat de moeder al langere tijd stabiel is en dat het contact tussen de grootouders mz en de vader voldoende is. Zowel de ouders als grootouders mz staan volledig achter het opgestelde veiligheidsplan van [naam 2]. De kinderrechter ziet op dit moment daarom niet dat sprake is van een zodanige onveiligheid dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. Het afgelopen jaar hebben de ouders stappen gemaakt wat maakt dat de veiligheid van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] met afspraken gewaarborgd kan blijven. De voortdurende ondertoezichtstelling alsmede de betrokkenheid van [naam 2] zijn voldoende om hier regie en zicht op te houden.

Het voorgaande brengt mee dat de kinderrechter van oordeel is dat geen gronden zijn om het verzoek tot verlenging van de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen.

De kinderrechter zal het verzoek voor het resterende deel dan ook afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:

- wijst het verzoek tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] voor het resterende gedeelte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2022 door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D.S. Strooper, als griffier en op 17 juni 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.