Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:2716Zaaknummer 8654001 CV EXPL 20-12947

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17 mei 2022
Publicatiedatum
24 juni 2022
Zaaknummer
8654001 CV EXPL 20-12947
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing. Vordering toegewezen, want overeenkomst is gesloten voor de inwerkingtreding van Afdeling 2B, Titel 5, Boek 6 BW zodat toetsing van informatieplichten niet aan de orde is. Ook geen sprake van oneerlijke bedingen.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van:

- € 295,84 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 juni 2020 tot de dag van de voldoening;

- € 44,38 aan buitengerechtelijke kosten;

- € 5,04 aan wettelijke rente, berekend tot 23 juni 2020;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 124,00 aan griffierecht, € 86,85 aan explootkosten en € 75,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 18,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [gedaagde]
  2. Verloop van de procedure
  3. Gronden van de beslissing
  4. Beslissing

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8654001 CV EXPL 20-12947

vonnis van: 17 mei 2022

fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de naamloze vennootschap Energiewacht N.V.

gevestigd te Assen

eiseres

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen)

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

niet verschenen

Verloop van de procedure

Bij dagvaarding van 29 juni 2020 heeft eiseres gevorderd een bedrag van € 345,26 met nevenvorderingen, zoals nader in die dagvaarding omschreven.

Gedaagde heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord. Tegen gedaagde is verstek verleend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

  • De overeenkomst die in deze procedure centraal staat is gesloten tussen een handelaar en (gedaagde als) een consument. In dat geval moet ambtshalve worden onderzocht of de bedingen die in die overeenkomst staan eerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13 EG. Ook moet ambtshalve worden onderzocht of de handelaar bepaalde informatieplichten heeft nageleefd indien de overeenkomst tot stand is gekomen op of na 13 juni 2014.
  • Vastgesteld wordt dat de overeenkomst tot stand is gekomen voor de inwerkingtreding van Afdeling 2B van Titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Ambtshalve toetsing van informatieplichten is daarom niet aan de orde.
  • Voorts wordt vastgesteld dat de vordering van eiseres niet is gebaseerd op bedingen die als oneerlijk in de zin van de richtlijn oneerlijke bedingen zijn te beschouwen.
  • Mede gelet op het voorgaande, komt de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor en kan deze worden toegewezen.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van:

- € 295,84 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 juni 2020 tot de dag van de voldoening;

- € 44,38 aan buitengerechtelijke kosten;

- € 5,04 aan wettelijke rente, berekend tot 23 juni 2020;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 124,00 aan griffierecht, € 86,85 aan explootkosten en € 75,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 18,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.