Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 31 augustus 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:8395Zaaknummer C/13/705378 / JE RK 21/633 en C/13/705379 / JE RK 21/634
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 augustus 2021
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/705378 / JE RK 21/633 en C/13/705379 / JE RK 21/634
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gelet op de informatie die de kinderrechter op dit moment voorhanden heeft en nu de minderjarige zelf niet bereid is zich te conformeren aan de regels van [ locatie ], houdt de kinderrechter het ervoor dat [ locatie] voor de minderjarige een zodanig gesloten karakter zal hebben, dat een machtiging tot uithuisplaatsing op de voet van artikel 1:265a BW daarvoor niet toereikend is. Het verzoek tot het verlenen van deze machtiging wordt afgewezen.
6 De beslissing
De kinderrechter:
- wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. P.B. Martens, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H. Smulders, griffier, op 31 augustus 2021.[_f6df9638-21b2-4251-8dec-506f48012cdd]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Jeugdrecht
Zaaknummers: C/13/705378 / JE RK 21/633 en C/13/705379 / JE RK 21/634
Datum uitspraak: 31 augustus 2021
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (hierna: GI),
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige].
[moeder], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, is de moeder.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[pleegvader 1], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna mede te noemen pleegvader [pleegvader 1],
[pleegvader 2], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna mede te noemen pleegvader [pleegvader 2].
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 22 juli 2021, ingekomen bij de griffie op 26 juli 2021.
Op 30 augustus 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn: - de minderjarige, met bijstand van mr. M.R.P. Hoppenbrouwers, ook afzonderlijk gehoord;
- pleegvader [pleegvader 1];
- de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2], namens de GI;
- de heer [naam 3] en mevrouw [naam 4], namens Levvel;
- pleegvader [pleegvader 2], telefonisch gehoord.
2 De feiten
[minderjarige] is uit huis geplaatst toen hij negen maanden oud was. Op drieënhalf-jarige leeftijd is hij bij de pleegvaders geplaatst.
Bij beschikking van de rechtbank Haarlem van 23 november 2010 is de moeder ontheven van het gezag over [minderjarige] en is Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam met de voogdij over [minderjarige] belast.
Bij beschikking van 5 juli 2011 heeft het gerechtshof Amsterdam voornoemde beslissing bekrachtigd.
Bij beschikking van 18 februari 2015 zijn de pleegvaders met de voogdij over [minderjarige] belast.
In het kader van een schorsing van voorlopige hechtenis in een lopende strafzaak heeft [minderjarige] enkele maanden verbleven in gezinshuis [locatie 1] in Spanje. Dit traject is voortijdig gestopt en [minderjarige] ’s schorsing is op 10 juni 2021 opgeheven.
De relatie tussen de pleegvaders is beëindigd. [minderjarige] woont bij pleegvader [pleegvader 1]. [minderjarige] heeft een pleegzusje [naam 5]. Zij heeft een co-ouderschapsregeling met beide pleegvaders
Bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van 16 juni 2021 is [minderjarige] met ingang van 16 juni 2021 voor de duur van zes maanden, tot 16 december 2021, onder toezicht gesteld. Een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor verblijf in gezinshuis [locatie 2] in Spanje is bij die gelegenheid afgewezen. Daarbij is onder meer overwogen dat onvoldoende is gebleken in welk opzicht het traject bij [locatie 2] verschilt van dat bij [locatie 1] en dat [minderjarige] niet is geïnformeerd en niet gemotiveerd is voor dit traject. De GI dient op zoek te gaan naar een alternatief voor [locatie 2].
De Raad voor de Kinderbescherming is niet in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking.
[minderjarige] is op 22 juli 2021 aangehouden wegens bedreiging (met een mes) van pleegvader [pleegvader 1]. Hij is door de rechter-commissaris geschorst uit de voorlopige hechtenis en verblijft sindsdien weer bij pleegvader [pleegvader 1].
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen met een jaar. Tevens verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen voor verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpverlener, te weten Huize [locatie 2] in Spanje, voor de duur van een jaar.
4 De standpunten
Namens de GI is ter zitting gepersisteerd en voor wat betreft de onderbouwing verwezen naar het rapport met bijlagen van 22 juli 2021. De GI weet niet waarom de Raad voor de Kinderbescherming niet in hoger beroep is gegaan tegen de beschikking van 16 juni 2021. In de weken na deze beschikking zijn er verschillende overleggen geweest over welke plaats voor [minderjarige] geschikt is. Er is geconcludeerd dat geen (open) plek in Nederland kan bieden wat [minderjarige] nodig heeft, gezien zijn specifieke problematiek en gedrag. In de thuissituatie werkt [minderjarige] nergens aan mee en groeien de zorgen. Gesloten jeugdhulp zal een averechts effect hebben, gelet op het deviante netwerk dat dan zal worden versterkt. [minderjarige] zal moeten loskomen van zijn netwerk en pleegvaders. Huize [locatie 2] verschilt van [locatie 1], omdat er niet wordt uitgegaan van bestaande motivatie en participatie. [locatie 2] zal niet opgeven of een jongere naar huis sturen; [locatie 2] houdt de jongere vast. [locatie 2], hulpverlening en ouders aan een traject aan van minimaal een jaar, met mogelijke verlenging; het traject zal niet tussentijd beëindigd worden. Er zal na een aantal maanden een systemische behandeling worden opgestart. De verantwoordelijkheid komt te liggen bij de gezinsouders en er is een klein behandelteam zodat jongeren niet met te veel wisselende gezichten te maken krijgen, Gebruik van mobiele telefoons e.d. is verboden. [locatie 2] werkt uitsluitend met een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing. De werkwijze van [locatie 2] is onorthodox. De gezinsmanager kent één andere jongen bij wie [locatie 2] goed heeft geholpen. Volgens de GI is [locatie 2] niet een gesloten instelling. Er is weliswaar een hek rond het terrein, maar dat maakt het nog niet tot een gesloten instelling. [minderjarige] en pleegvader [pleegvader 1] hebben gesprekken met [locatie 2] gehad en hen is uitgelegd wat het verblijf daar inhoudt. [pleegvader 2] en [pleegvader 1] hebben een uitgebreide akkoordverklaring van Huize [locatie 2] getekend.
De pleegouders hebben verklaard in te stemmen met dit traject. Zij willen de beste plek voor [minderjarige] en gelet op alles wat er is gebeurd is dat nu [locatie 2].
Namens Levvel is verklaard dat ook Levvel achter deze plek staat. Er is sprake van complexe (hechtings-)problematiek bij [minderjarige] en gedrag dat niet op een ambulante plek afdoende kan worden ingedamd en bijgestuurd. [minderjarige] is niet gemotiveerd voor een behandeling. Een gesloten plek in Nederland zal [minderjarige] evenmin verder hepen. Hij moet loskomen van zijn omgeving voordat een behandeling kan aanslaan.
[minderjarige] heeft verklaard dat hij niet naar Huize [locatie 2] wil. Hij wil niet gescheiden worden van zijn familie, zusje en vrienden met wie hij waardevol contact heeft. Hij zou het liefst in een instelling wonen waaruit hij naar school, werk en sport kan gaan. Hij zal niet willen of kunnen praten met nieuwe mensen.
De raadsman van [minderjarige] heeft aangevoerd dat de GI nu een verkapt hoger beroep instelt tegen de beslissing van 16 juni 2021. Hij betwijfelt of Huize [locatie 2] een zinvol traject is voor [minderjarige]. Onvoldoende staat vast dat er geen passend alternatief in Nederland is. De raadsman is kritisch over de gehanteerde werkwijzen in Huize [locatie 2] en merkt op dat er maar weinig over bekend is. Dat de GI één succesverhaal kent maakt niet dat sprake is van een bewezen en verantwoorde behandelmethode. In ieder geval valt uit passages in de akkoordverklaring te lezen dat sprake is van een afgesloten terrein, van de mogelijkheden om jongeren fysiek aan te pakken en andere beperkende maatregelen. Er is volgens de raadsman dan ook sprake van een gesloten instelling, waarvoor een machtiging gesloten jeugdhulp is vereist.
5 De beoordeling
De kinderrechter is voldoende ervan overtuigd dat in het kader van de (lopende) ondertoezichtstelling een uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige]. Gelet op de onderbouwing van het (nieuwe) verzoek kan de kinderrechter het voorgestelde traject bij Huize [locatie 2] eveneens billijken. Na de afwijzende beslissing van 16 juni 2021 heeft de GI afdoende onderzocht en gemotiveerd dat er op dit moment geen passend alternatief voor [minderjarige] is in Nederland is, niet in een gesloten en niet in een open instelling, gelet op zijn complexe problematiek en gelet op zijn agressieve, antisociale en zelfbepalende gedrag. Juist de afstand tot Nederland, het weghouden van het huidige negatieve netwerk en de gestructureerde, kleinschalige en afgezonderde setting van [locatie 2] kunnen helpend zijn om [minderjarige] open te gaan laten staan voor behandeling. Zekerheid dat welk traject dan ook zal slagen is er nooit. Huize [locatie 2] lijkt op dit moment daarvoor het meest in aanmerking te komen. Ook zijn [minderjarige] en pleegouders geïnformeerd over wat Huize [locatie 2] precies inhoudt.
Een probleem is echter dat [minderjarige] niet gemotiveerd is voor verblijf en behandeling in Huize [locatie 2]. Het verschil met [locatie 1] is volgens de GI dat Huize [locatie 2] zijn jongeren vasthoudt en niet laat gaan. Er is op dit moment weinig openbare informatie te vinden over Huize [locatie 2]. De website ([website]) is in onderhoud en laat slechts een logo zien waarop is te lezen :’[tekst]’. Jeugdzorg Plus lijkt te wijzen op gesloten jeugdhulp. In de akkoordverklaring, opgesteld door Huize [locatie 2] en getekend door pleegouders, is onder meer te lezen:
“Onze jongeren zijn soms ver ontspoord in Nederland en komen met zware problematiek naar Spanje toe. Dit maakt, dat wanneer het gaat om onze locatie en de toegankelijkheid daarvan, wij juist zeer gesloten moeten zijn om bedreigende personen en situaties te voorkomen. Ons terrein is afgesloten en het adres is (zo ver dit mogelijk is) geheim.
…
kunnen er situaties voorkomen binnen [locatie 2] waarin fysiek ingrijpen nodig is…bij een ernstig te verwachten conflict
…
Anders dan u gewend bent, heeft de jongere bij ons geen elektronisch vermaak; geen mobiele telefoon, geen spelcomputers geen laptops…etc…
…
Ondanks de voorzieningen, voorzichtigheid en het toezicht, is in het verleden gebleken dat het enkele jongeren toch lukt om weg te te gaan zonder overleg. Soms met hulp van buitenaf of in het geheim met elkaar. We doen er alles aan om dat te voorkomen. Echter kunnen we, net als een instelling in Nederland, de jongere niet vastbinden of 24 uur per dag bewaken.”
Gelet op de informatie die de kinderrechter op dit moment voorhanden heeft en nu [minderjarige] zelf niet bereid is zich te conformeren aan de regels van Huize [locatie 2], houdt de kinderrechter het ervoor dat Huize [locatie 2] voor [minderjarige] een zodanig gesloten karakter zal hebben, dat een machtiging tot uithuisplaatsing op de voet van artikel 1:265a BW daarvoor niet toereikend is. Het verzoek tot het verlenen van deze machtiging wordt dan ook afgewezen.
De kinderrechter stelt vast dat bestaande ondertoezichtstelling nog loopt tot 16 december 2021. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om deze nu alvast te verlengen. Dit verzoek wordt eveneens afgewezen.
6 De beslissing
De kinderrechter:
- wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. P.B. Martens, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H. Smulders, griffier, op 31 augustus 2021.[_f6df9638-21b2-4251-8dec-506f48012cdd]
Voetnoten
- Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.