Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2021

ECLI:NL:RBAMS:2021:4311Zaaknummer C/13/704290 / JE RK 21-552

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
24 augustus 2021
Zaaknummer
C/13/704290 / JE RK 21-552
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedmachtiging uithuisplaatsing voor verblijf van de kinderen bij de moeder met gezag. Belangenafweging met motivering.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], voor verblijf bij de moeder met gezag, met ingang van heden voor de duur van twee weken;

verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing voor het overige aan;

bepaalt dat JBRA en de belanghebbenden zullen worden gehoord op een nader te bepalen datum en tijdstip, uiterlijk op 14 juli 2021.

Deze beschikking is mondeling gegeven op 1 juli 2021 en schriftelijk vastgelegd en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2021 door mr. P.B. Martens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van P.A.W. van Schaick als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof

Amsterdam

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het procesverloop
  2. De feiten
  3. Het verzoek
  4. De beoordeling
  5. De beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

zaakgegevens:

datum uitspraak: 1 juli 2021

beschikking spoeduithuisplaatsing

in de zaak van

Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen JBRA,

gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige 1] ;[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,hierna te noemen de moeder,wonende te [woonplaats];

[naam vader], hierna te noemen de vader,wonende te [woonplaats].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het mondelinge verzoek van JBRA van 1 juli 2021, gevolgd door het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 juli 2021.

De feiten

Het ouderlijk gezag over de kinderen wordt uitgeoefend door de ouders.

Er is sprake van een vorm van co-ouderschap waarbij de kinderen wisselend bij de moeder en de vader zijn.

Bij beschikking van 1 juli 2021 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van JBRA, met ingang van 1 juli 2021 tot 1 juli 2022.

Het verzoek

JBRA verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van de kinderen te verlenen, voor verblijf bij de moeder met gezag, voor de duur van vier weken.

De beoordeling

Uit het verzoek blijkt dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van kinderen wordt verleend.

Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder mogelijk dreigend onmiddellijk en ernstig gevaar voor de kinderen.

Hierbij overweegt de kinderechter dat bij vader sprake is van een afwerende en afhoudende houding tegen bemoeienis binnen het gezin en dat – zo heeft de kinderrechter ook ter zitting nogmaals kunnen constateren – steeds sprake is van oplopende spanning/stress bij de vader bij elke confrontatie met jeugdbeschermingsinstanties, terwijl de kinderrechter het de kinderen juist gunt om niet spanningen te worden belast. Er moet nu een afweging worden gemaakt tussen een mogelijke inbreuk op de veiligheid van de kinderen en de moeder en mogelijk ook de vader enerzijds en het belang van een goede werkrelatie met de vader anderzijds. Op dit moment kiest de kinderrechter het zekere voor het onzekere en hoopt dat van de machtiging geen gebruik hoeft te worden gemaakt door JBRA.

JBRA en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op een nader te melden zitting.

In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van twee weken worden verleend.

Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], voor verblijf bij de moeder met gezag, met ingang van heden voor de duur van twee weken;

verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing voor het overige aan;

bepaalt dat JBRA en de belanghebbenden zullen worden gehoord op een nader te bepalen datum en tijdstip, uiterlijk op 14 juli 2021.

Deze beschikking is mondeling gegeven op 1 juli 2021 en schriftelijk vastgelegd en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2021 door mr. P.B. Martens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van P.A.W. van Schaick als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof

Amsterdam

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.