Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Amsterdam, 15 juli 2021

ECLI:NL:RBAMS:2021:4106Zaaknummer 20/1221

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15 juli 2021
Publicatiedatum
13 september 2021
Zaaknummer
20/1221
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant geen beroepsgronden heeft.

3. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

4. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat hij gronden heeft ingediend tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank stelt vast dat opposant met een brief van 10 februari 2020 een beroepschrift heeft ingediend bij de rechtbank. Het beroepschrift is op 26 februari 2020 ontvangen door de rechtbank. In het beroepschrift heeft eiser het volgende aangevoerd:

“Ik verzoek van Rechtbank om die beschikking te vernietigen en nieuwe besluit te doen. Ik eis dat mijn beroepschrift gegrond te verklaren.”

6. Met een per aangetekende post verzonden brief van 27 februari 2020 heeft de rechtbank eiser verzocht de gronden van het beroep mee te delen. Opposant heeft hiervoor een termijn van vier weken gekregen. Opposant heeft binnen deze termijn geen gronden ingediend. Op 2 juli 2020 heeft de rechtbank een aanvullend beroepschrift ontvangen van opposant. Dit beroepschrift is 20 maart 2020 gedateerd.

De rechtbank stelt vast dat het aanvullend beroepschriftruim na de door de rechtbank verleende vier weken is ontvangen. De rechtbank ziet in hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het te laat indienen van de beroepsgronden komt voor rekening en risico van opposant.

7. De buitenzitting-uitspraak blijft daarom in stand. Aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank niet toe.

8. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. L.N. Linzey, griffier, op 5 juli 2021.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [opposant] , te Driouch Marokko, opposant
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/1221

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant] , te Driouch Marokko, opposant

Procesverloop

Opposant heeft tegen een besluit van 27 januari 2020 (het bestreden besluit) van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv) beroep ingesteld.

In een uitspraak van 22 mei 2020 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juli 2021. Opposant is niet verschenen.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant geen beroepsgronden heeft.

3. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

4. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat hij gronden heeft ingediend tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank stelt vast dat opposant met een brief van 10 februari 2020 een beroepschrift heeft ingediend bij de rechtbank. Het beroepschrift is op 26 februari 2020 ontvangen door de rechtbank. In het beroepschrift heeft eiser het volgende aangevoerd:

“Ik verzoek van Rechtbank om die beschikking te vernietigen en nieuwe besluit te doen. Ik eis dat mijn beroepschrift gegrond te verklaren.”

6. Met een per aangetekende post verzonden brief van 27 februari 2020 heeft de rechtbank eiser verzocht de gronden van het beroep mee te delen. Opposant heeft hiervoor een termijn van vier weken gekregen. Opposant heeft binnen deze termijn geen gronden ingediend. Op 2 juli 2020 heeft de rechtbank een aanvullend beroepschrift ontvangen van opposant. Dit beroepschrift is 20 maart 2020 gedateerd.

De rechtbank stelt vast dat het aanvullend beroepschriftruim na de door de rechtbank verleende vier weken is ontvangen. De rechtbank ziet in hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het te laat indienen van de beroepsgronden komt voor rekening en risico van opposant.

7. De buitenzitting-uitspraak blijft daarom in stand. Aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank niet toe.

8. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. L.N. Linzey, griffier, op 5 juli 2021.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.