Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 28 mei 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:2868Zaaknummer C/13/701195 / KG ZA 21-340
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 mei 2021
- Publicatiedatum
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- C/13/701195 / KG ZA 21-340
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vordering verwijderen Google review afgewezen. Kort Geding
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorzieningen,
verrekent de kosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.[_435393bd-af33-43e5-9d60-b0ae46958bdd]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/701195 / KG ZA 21-340 AB/MB
Vonnis in kort geding van 28 mei 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats], [gemeente],
eiseres bij dagvaarding van 7 mei 2021,
advocaten mr. P.L. Tjiam en mr. M.A. Hillen te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
in persoon verschenen.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.
1 De procedure
Op de zitting van 19 mei 2021 heeft [eiseres] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd.
Beide partijen hebben schriftelijke stukken ingediend en [eiseres] heeft haar standpunt doen toelichten aan de hand van een pleitnota.
Bij de zitting waren aanwezig:
- mrs. Tjiam en Hillen namens [eiseres];
- [gedaagde].
Vonnis is bepaald op heden.
2 De feiten
[eiseres] is een onderneming die via een winkel en webshop (technische) watersportartikelen verkoopt, zoals binnen- en buitenboordmotoren, onderdelen daarvoor en andere artikelen en accessoires op het gebied van de watersport. Enig aandeelhouder en bestuurder van [eiseres] is [bedrijf 1] B.V., waarvan [naam] eigenaar en bestuurder is.
[gedaagde] is bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2] B.V., die op haar beurt bestuurder en enig aandeelhouder is van [bedrijf 3] B.V. (voorheen een eenmanszaak), een onderneming die ook handelt onder de naam [handelsnaam]. [bedrijf 3] is een detailhandel in consumentenelektronica, actief op internet. [bedrijf 3] verkoopt via haar website computerspellen zoals (voor) Nintendo Switch en de Playstation 4.
Op 21 november 2020 heeft [naam vriendin], de vriendin van [naam], bij [bedrijf 3] het spel “Paw Patrol: Mighty Pups Save Adventure Bay” besteld en via Ideal betaald (€ 35,99).
Op 6 januari 2021 heeft [naam] vanaf het adres [e-mailadres], met als afzender ‘ [domeinnaam] ’ aan [bedrijf 3] een e-mail gestuurd, met CC aan [naam vriendin], waarin onder meer het volgende staat:
“Helaas loopt het spel vast bij level 5 (en nee geen krassen op de CD) nieuw uit het doosje en loopt alleen vast bij dit level. helaas kun je niet verder spelen als je dit level niet haalt. Wat kunnen jullie beteken voor ons? Moeten we de game terugsturen ter beoordeling? (…) Ons zoontje is zeer teleurgesteld ik hoop dus dat we dit zsm kunnen oplossen”
Op verzoek van [bedrijf 3] heeft [naam] het spel teruggestuurd om het te laten testen. Bij [bedrijf 3] liep het niet vast. Volgens haar was het spel zelf dus niet defect. Partijen hebben daarna verder gecorrespondeerd over deze kwestie, waarbij [eiseres], althans [naam], heeft verzocht ofwel een nieuw spel op te sturen, ofwel het aankoopbedrag te retourneren en [bedrijf 3] zich op het standpunt heeft gesteld dat daarop geen recht bestond. [bedrijf 3] heeft nog wel voorgesteld de helft van het aankoopbedrag terug te geven of verder onderzoek te doen, maar partijen zijn het niet eens geworden. Aanvankelijk werd de correspondentie namens [bedrijf 3] gevoerd door een medewerker. Vanaf 18 januari 2021 deed [gedaagde] dit zelf.
Op 13 januari 2021 heeft [eiseres] / [naam] aan [bedrijf 3] geschreven:
“Ojah en natuurlijk de bijbehorende review.. voor het niet juist oplossen en teleurstellen van mijn zoontje van 4”
Op 18 januari 2021 heeft [eiseres] / [naam] aan [bedrijf 3] geschreven:“Ik heb ook een webshop.. Ik weet precies hoe het werkt. en hoe het wel moet! Ik stuur echt geen spel terug die gewoon werkt. Ik weet voldoende!!! Een review is op zijn plaats!! Ik heb geen vertrouwen meer in jullie servoce (en dat voor een spel van nog geen 4 tientjes)….”
Op 18 en 19 januari 2021 heeft [eiseres] negatieve recensies (reviews) over [bedrijf 3] geschreven op ‘Google Mijn Bedrijf’ en daarbij aan [bedrijf 3] 1 van de 5 mogelijke sterren toegekend.
Rond 21 januari 2021 heeft [gedaagde] in een recensie op Google aan [eiseres] ook 1 ster gegeven en daarbij het volgende geschreven:“Zeer onprettig bedrijf om mee samen te werken. De eigenaar van deze toko, [naam], benadert andere partijen (uit naam van [domeinnaam]) op een zeer dominante, agressieve en dus onprofessionele wijze! Op basis van chantage probeert hij zijn zin door te drijven bij andere bedrijven. Kortom, geen aanrader om op een prettige manier zaken mee te doen!”
Bij brief van 25 februari 2021 heeft DAS Rechtsbijstand namens [eiseres] en [naam] [gedaagde] gesommeerd om deze recensie onmiddellijk te verwijderen. [gedaagde] heeft aan die sommatie niet voldaan.
Onder de recensie van [gedaagde] heeft [naam] als ‘Reactie van de eigenaar’ inmiddels geschreven:
“[gedaagde]. [ [gedaagde], vzr.]U heeft geen zaken gedaan met [eiseres]. Ons beoordelen op basis van het feit dat ik prive voor mijn zoon een Pawpatrol game (die dus niet werkt) als consument bij uw bedrijf [bedrijf 3] heb gekocht Lijkt me niet helemaal fair. Op (…) is duidelijk te lezen dat ik helaas niet de enige ben die zijn spel of geld niet krijgt nadat er non-conformiteit is aangetoond. Het enigste wat wij willen is ons geld terug of een nieuw werkend spel. U heeft geen zaken gedaan met [eiseres]. Dus als u het over onprofessioneel wilt hebben dan lijkt me uw beoordeling hier een goed voorbeeld van.
Ik heb met sinterklaas voor mijn zoontje van 4 een spel gekocht die niet werkte. De teleurstelling van een kind en een tientje in uw zak houden heeft niets te maken met het beoordelen van [eiseres]. Erg jammer. Mensen check aub [handelsnaam] en de 1 sterren van [bedrijf 3] .. (is zelfde bedrijf) en u zult zien dat [gedaagde] verre van eerlijk handelt.. en dat zijn review op onze website dus niet serieus genomen hoeft te worden. Ik ben nog steeds bezig ons geld (paar tientjes) terug te krijgen voor een game die niet werkte en netjes is terug gestuurd door mij.. Blijkbaar doet [gedaagde] dit structureel zie reviews.. en als ik mijn beklag doe in een review geeft hij er kinderachtig eentje terug bij mijn bedrijf. Trieste jongeman.. Nooit iets kopen bij [handelsnaam] of [bedrijf 3] mensen. Groetjes [naam]”
3 Het geschil
[eiseres] vordert:
I. [gedaagde] te gebieden om binnen 48 uur na betekening van het vonnis zijn recensie te (doen) verwijderen van Google Maps.
II. hem te verbieden om recensies op het internet of sociale media te plaatsen over [eiseres] die niet zijn gebaseerd op een daadwerkelijke ervaring met een dienst of product van het bedrijf [eiseres].
Dit alles op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, bij de beoordeling ingegaan.
4 De beoordeling
De vorderingen van [eiseres] zijn in dit kort geding alleen toewijsbaar als voldoende aannemelijk is dat de rechter in een eventuele bodemprocedure deze ook zou toewijzen en [eiseres] bij de gevraagde voorzieningen een spoedeisend belang heeft.
Het is op zichzelf toegestaan om ervaringen met een bepaalde aanbieder van producten of diensten op internet te delen, ook als dit negatieve ervaringen zijn. Dergelijke ‘reviews’ moeten zijn gebaseerd op daadwerkelijke ervaringen van de recensent met de aanbieder en niet feitelijk onjuist en/of onnodig grievend zijn.
Het grootste bezwaar van [eiseres] tegen de recensie is, dat [gedaagde] geen zaken met haar heeft gedaan en dat die recensie ook geen enkel verband houdt met de producten en/of diensten van [eiseres]. De recensie is daarom in strijd met het doel waarvoor reviews worden geschreven.
[eiseres] heeft daar een punt, want [gedaagde] heeft bij haar nooit een product gekocht of een dienst afgenomen. Zijn negatieve oordeel komt voort uit het verschil van mening dat hij als directeur van [bedrijf 3] had met [naam], die directeur is van [eiseres], over het al dan niet defecte computerspel dat de vriendin van [naam] bij [bedrijf 3] had gekocht. Ander dan [gedaagde] heeft aangevoerd, komt uit de e-mailcorrespondentie voldoende naar voren dat het daarbij ging om een privé-aankoop die met het bedrijf [eiseres] niets te maken had. Ook blijkt daaruit dat [naam] de partner is van [naam vriendin], die het spel had aangeschaft voor hun beider zoontje. De inhoud van de correspondentie gaf ook geen aanleiding om te veronderstellen dat [naam] / [eiseres] andere bedoelingen had, bijvoorbeeld om het spel aan haar klanten ter beschikking te stellen.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat voor plaatsing van een recensie niet nodig is dat daadwerkelijk een product is gekocht, maar dat ook het voeren van een telefoongesprek of e-mailcorrespondentie voldoende aanleiding kan vormen voor een (negatief) oordeel. Dat is op zichzelf juist, maar uitgangspunt is wel dat de ervaring die aan de review ten grondslag ligt enig verband houdt met de door de aanbieder te leveren producten of diensten. In zoverre kan de recensie, waarin [gedaagde] meldt dat [eiseres] een ‘zeer onprettig bedrijf is om mee samen te werken’, terwijl hij met [eiseres] nimmer zaken heeft gedaan of in dat verband contact heeft gehad, niet door de beugel.
Dit leidt echter niet tot toewijzing van de gevraagde voorzieningen.
[eiseres] is namelijk zelf begonnen met het door elkaar halen van privé en bedrijf. Niet alleen heeft [naam] steeds het bedrijfs-e-mailadres van [eiseres] gebruikt voor de correspondentie met [gedaagde], hij heeft aanvankelijk ook negatieve recensies over diens bedrijf doen plaatsen uit naam van [eiseres]. Pas na plaatsing van de reviews van [eiseres] over [bedrijf 3], is [gedaagde] met zijn recensie gekomen. Weliswaar heeft [eiseres] deze reviews inmiddels verwijderd, zodat nu alleen nog negatieve reviews over [bedrijf 3] van [naam] persoonlijk op internet staan, maar dat is pas naderhand gebeurd. Door deze handelwijze heeft [eiseres] min of meer uitgelokt dat [gedaagde] op zijn beurt [eiseres] en haar directeur als bedrijf heeft beoordeeld. Wie kaatst moet de bal verwachten. In zoverre is deze zaak dan ook niet één op één te vergelijken met de door [eiseres] aangehaalde uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 8 september 2020, waarin de gedaagde zonder enige aanleiding de onderneming van de eisende partij bij een privégeschil betrok. [gedaagde] had een eigen daadwerkelijke ervaring met de directeur/enig aandeelhouder van [eiseres], handelend op naam van zijn bedrijf.
Het is inmiddels vier maanden geleden dat de recensie werd geplaatst en het is daarbij gebleven. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat, als via Google op [eiseres] wordt gezocht, de recensie pas zichtbaar wordt als het 19e onderdeel van de reviews wordt aangeklikt. Daarbij komt dat deze recensie er één is tussen honderden reviews over [eiseres], waarvan het merendeel positief is. [gedaagde] heeft, onder verwijzing naar onderzoek op dit gebied, terecht erop gewezen dat de invloed van één enkele negatieve review op het aankoopgedrag van consumenten niet moet worden overschat en dat consumenten er rekening mee houden dat reviews in grote mate subjectief zijn of een te uitgesproken beeld van de werkelijkheid kunnen geven. Daartoe zal bij deze recensie des te meer reden zijn vanwege het commentaar van [naam] er vlak onder. Ook de aanduiding ‘chantage’ kan in dat licht met een korreltje zout worden genomen. Daarmee bedoelde [gedaagde] dat [naam] dreigde met een negatieve recensie als hij niet een nieuw spel of zijn geld (terug-)kreeg.
Al met al is voorshands onvoldoende aannemelijk dat een rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat [gedaagde] door het plaatsen van de recensie onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres], in die zin dat [eiseres] daardoor reputatieschade lijdt of heeft geleden, op grond waarvan een veroordeling tot verwijdering van de recensie op zijn plaats zou zijn. Overigens kunnen vraagtekens worden geplaatst bij het spoedeisend belang van [eiseres], nu de recensie al maanden oud is en er geen reden is om aan te nemen dat [gedaagde] hiermee door zal gaan.
De gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd. De voorgeschiedenis van de zaak is aanleiding de proceskosten tussen partijen te verrekenen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorzieningen,
verrekent de kosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.[_435393bd-af33-43e5-9d60-b0ae46958bdd]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.