Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 25 februari 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:1243Zaaknummer C/13/695911 / JE RK 21-20
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 februari 2021
- Publicatiedatum
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- C/13/695911 / JE RK 21-20
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Amsterdam
Zaakgegevens : C/13/695911 / JE RK 21-20
datum uitspraak: 25 februari 2021
beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM, hierna te noemen de GI,
gevestigd te Amsterdam,
betreffende
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], hierna te noemen [betrokkene].
[de moeder] , wonende te [woonplaats 1] , is de moeder.
[de vader], wonende te [woonplaats 2], is de vader.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: de ouders en [betrokkene].
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 31 december 2020, ingekomen bij de griffie op 08 januari 2021.
Op 25 februari 2021 heeft de kinderrechter de zaak mondeling met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. T. Hoekx-Audiffred,
- de vader,
- [betrokkene], afzonderlijk gehoord,- mevrouw [naam], namens de GI.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [betrokkene] wordt uitgeoefend door de ouders.
[betrokkene] woont bij de moeder.
Bij beschikking van de kinderrechter van 6 maart 2020 is [betrokkene] onder toezicht gesteld tot
6 september 2020, onder aanhouding van het overige deel van het verzoek. Bij beschikking van 11 september 2020 is [betrokkene] met ingang van 6 september 2020 aansluitend onder toezicht gesteld tot 6 maart 2021.
Het verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen van [betrokkene] voor de duur van één jaar.
De standpunten
De GI heeft ter zitting onder verwijzing naar de inleidende stukken gepersisteerd bij het verzoek. De GI heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [betrokkene] opgroeit bij ouders die veel hebben meegemaakt in hun jeugd en een ingewikkelde relatie met elkaar hebben gehad gevolgd door een conflictueuze scheiding en nasleep daarvan. [betrokkene] is een kwetsbare jongen die gediagnosticeerd is met autisme en diabetes type 1. Uit het persoonlijkheidsonderzoek van Arkin (augustus 2018) komt naar voren dat de wisselende emotionele beschikbaarheid van de ouders als gevolg van relatieproblemen en eigen problematiek van de ouders een rol speelt in het versterken van de kenmerken van de autisme van [betrokkene]. [jeugdzorginstelling] werkt sinds mei 2019 met [betrokkene] aan emotieregulatie, zelfredzaamheid en sociale vaardigheden. [betrokkene] maakt daar stappen in. [coachingbureau] is ingezet om het parallel ouderschapsplan met de ouders vorm te geven en is vanwege Covid 19 en vakantie pas eind augustus 2020 gestart. [betrokkene] heeft gedurende een periode van een aantal maanden geen contact had met de vader. [betrokkene] wilde geen contact en de vader wilde hem niet dwingen. Sinds begin oktober 2020 is [betrokkene] zelf weer begonnen met contact zoeken met de vader en de contactmomenten zijn inmiddels uitgebreid. [coachingbureau] is wederom gestart om met de ouders een voorlopige omgangsregeling op te starten. Op dit moment is [betrokkene] om het weekend bij zijn vader, een regeling voor de invulling van de vakanties volgt. Het is van belang dat er duidelijkheid komt voor [betrokkene]. Zolang die duidelijkheid er niet is krijgt [betrokkene] de kans om zelfbepalend gedrag te laten zien. Jeugdbescherming heeft zorgen over de emotionele beschikbaarheid van moeder gelet op de onbehandelde PTSS waar zij mee kampt. Als het trauma van moeder getriggerd wordt heeft dat gevolgen voor [betrokkene] Het is van belang dat er zicht komt op de opvoedsituatie bij moeder thuis. Door de strijd tussen de ouders komt [betrokkene] niet voldoende toe aan zijn eigen ontwikkeling waardoor die ontwikkeling wordt bedreigd. Er is nog onvoldoende gewerkt aan alle doelen van de ondertoezichtstelling en de hulpverlening stagneert.
De GI heeft op de mondelinge behandeling hieraan toegevoegd dat het ouderschapsplan, dat de ouders onder begeleiding van [coachingbureau] opstellen, bijna klaar is. Als het ouderschapsplan in werking treedt, zal er wel iets van contact tussen de ouders blijven. Dat contact zal door een professionele hulpverlener moeten worden gemonitord. [coachingbureau] en [jeugdzorginstelling] kunnen die begeleiding niet bieden. [jeugdzorginstelling] heeft daarom een nieuwe hoofdaannemer gezocht en heeft recent Unalzorg gevonden die het hele pakket kan bieden. Unalzorg kan ook functioneren als tussenpersoon tussen de ouders ter regulering van hun communicatie. Binnenkort zal de hulpverlening van Unalzorg aanvangen.
De ouders staan open voor hulpverlening en de GI ziet ook krachten bij de ouders. Zij werken met [jeugdzorginstelling] en het Kinderdiabetesteam mee. De GI heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de ouders zullen meewerken met hulpverlening in een vrijwillig kader en daarom vindt de GI het van belang dat hulpverlening in een gedwongen kader plaatsvindt. Er moet zicht komen op opvoedsituatie bij de moeder en de emotionele beschikbaarheid van de moeder en de omgang tussen de vader en [betrokkene]. [betrokkene] vertelt bij de moeder zorgen over situatie bij de vader en andersom. Het is een zorg dat hij met de problemen van zijn ouders wordt belast. Hij zit klem tussen de ouders. Daarnaast groeit hij op bij een getraumatiseerde ouder in die zin dat de moeder kampt met onbehandelde PTSS. De GI heeft met de moeder afspraken kunnen maken over de veiligheid van [betrokkene] als de moeder niet voor hem beschikbaar is. De GI heeft met [betrokkene] besproken wat voor hem de gevolgen zijn als de moeder ‘uit’ staat. [betrokkene] laat zien dat hij voor de moeder wil zorgen. Dat is lief maar ook zorgelijk.
Voor [betrokkene] zal hulpverlening in de vorm van sport en spel worden ingezet. [jeugdzorginstelling] blijft wel bij de ouders en [betrokkene] betrokken en werkt aan de praktische ondersteuning, sociale vaardigheden en zelfredzaamheid. Er zal ook hulp van een GZ-psycholoog moeten komen en van daaruit zal worden gekeken naar de inzet van traumatherapie voor [betrokkene].
De vader heeft verklaard dat hij het eens is met het verzoek van de GI, maar wel kanttekeningen daarbij heeft. De vader vindt het belangrijk dat het ouderschapsplan er komt. Hij twijfelt of een ondertoezichtstelling van [betrokkene] nodig is. Er is een bepaald gedwongen kader nodig om er voor te zorgen dat er voor [betrokkene] en de ouders duidelijkheid komt. Als er een ondertoezichtstelling nodig is, vindt de vader dat prima. Het is van belang dat de ouders zich aan de afspraken houden en dat dat wordt gemonitord door een tussenpersoon. In het ouderschapsplan staat dit punt nog open. Er zal nog een professionele organisatie moeten komen die de communicatie tussen de ouders begeleidt.
De ouders werken aan de aanpak van de zorgen. De vader ziet graag dat de hulpverlening meer focust op wat wel goed gaat tussen de ouders en met [betrokkene], want er zitten veel gezonde stukken in hen. Het is de wijze waarop de hulpverlening naar de ouders en [betrokkene] kijkt. De ouders zijn, los van een ondertoezichtstelling van [betrokkene], bereid om mee te werken met de hulpverlening.
De moeder heeft verklaard dat zij het niet eens is met het verzoek. De moeder vindt het belangrijk dat het parallel ouderschap op gang komt. Inmiddels ligt er een voorstel voor een ouderschapsplan. Zij is het eens met de vader als hij zegt dat er meer aandacht mag komen voor wat er wel goed gaat. Er wordt namelijk gekeken naar problemen die er vier jaar geleden waren en niet naar de stappen die de ouders en [betrokkene] hebben gezet. Inmiddels zijn de problemen grotendeels opgelost en is er feitelijk al een jaar sprake van parallel ouderschap. De ouders voldoen al aan de afspraken in het ouderschapsplan.
Het is kwalijk dat de hulpverlening veel tijd besteedt aan het vinden van hoofdaannemers en niet aan de ouders en [betrokkene]. De moeder vraagt zich enerzijds af waarom Unalzorg moet worden ingezet, nu er al begeleiding is van [coachingbureau], [jeugdzorginstelling] en het Kinderdiabetesteam en [jeugdzorginstelling] als tussenpersoon kan fungeren. Zij stelt hulpverleningsmoe te zijn. Anderzijds vindt zij de inzet van Unzalzorg als tussenpersoon in de communicatie tussen de ouders geen probleem.
De moeder betwist dat er bij [betrokkene] sprake is van parentificatie. Jaren geleden had hij zorgen over de gezondheid van de ouders. Dat is verleden tijd. Er is hulpverlening van school, het Diabetesteam, [jeugdzorginstelling] en de therapeute van de moeder ingezet en [betrokkene] is vanaf de start van de hulpverlening gegroeid in zijn ontwikkeling. [betrokkene] heeft ouders die hem ondersteunen. Hij is de afgelopen tijd naar school gegaan en volgende week, als het voortgezet onderwijs weer open gaat, mag hij zijn klasgenoten weer zien.
Het Kinderdiabetesteam en de ouders hebben afspraken over de zorg over [betrokkene] voor wat betreft zijn diabetes. Het Kinderdiabetesteam is in deze de derde partij en beide ouders worden in de communicatie meegenomen. Ingeval van spoed en nood staan de ouders voor elkaar klaar.
De moeder is blij dat [betrokkene] door de kinderrechter is gehoord. De moeder werkt mee aan waar de hulpverlening en de ouders mee bezig zijn. Dit is in het voordeel van [betrokkene]. De moeder hoopt dat de hulpverlening in een vrijwillig kader kan en dat de ouders en [betrokkene] verder kunnen met hun leven.
[betrokkene] heeft verklaard dat hij het vervelend vindt dat zijn ouders niet goed met elkaar overweg kunnen, want hij ziet dat de nieuwe partners van zijn ouders wel een goede band hebben met hun exen en hoe fijn dat is voor hun kinderen. [betrokkene] vindt het fijn bij de moeder en de vader en heeft het bij allebei naar zijn zin. Hij vindt dat het beter gaat bij de vader, ook omdat hij ziet dat de vader blijer is. [betrokkene] is bang dat de gezinsmanager denkt dat zijn moeder niet goed voor hem kan zorgen, daarom wil hij liever geen verlenging van de ondertoezichtstelling.
De raadsvrouw heeft verklaard dat het netwerk van de moeder heeft aangeboden in te springen als het niet goed gaat met de moeder. De ambulante begeleiding zegt dat het gezin hierop goed is ingesteld. De informatie van de GI is achterhaald. In het rapport van de GI staat niet hoe het er nu voorstaat. Hoe kan het dat de GI geen zicht heeft op de opvoedsituatie als er tien jaar begeleiding is. Terwijl er naar een hoofdaannemer werd gezocht is de omgang op gang gekomen en is er een ouderschapsplan opgesteld. Er is contact tussen de vader en [betrokkene] en de vader is er blij mee. In de thuissituatie is er voldoende structuur voor [betrokkene] en [betrokkene] gaat naar school. De ouders willen de hulverlening in een vrijwillig kader aangaan. Een ondertoezichtstelling is zwaar. Indien het verzoek van de GI wordt toegewezen dan niet voor de duur van een jaar.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt er sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige die maakt dat hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk is. De ernstige bedreiging bestaat eruit dat er zorgen zijn over de thuis- en opvoedsituatie van [betrokkene]. De ouders kampen met persoonlijke problematiek die negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkeling van [betrokkene]. [betrokkene] heeft diabetes en autisme en deze combinatie maakt dat hij extra gevoelig is voor spanningsvolle situaties. Deze situaties versterken de kenmerken van zijn autisme.
Op de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat de ouders positieve stappen hebben gezet hetgeen niet alleen gevolgen heeft voor hun onderlinge relatie, maar ook voor [betrokkene]. De ouders verdienen hiervoor een compliment. Anders dan vorig jaar zitten de ouders thans voor een groot deel op één lijn. Te zien is dat zij bereid zijn en hard werken om het voor [betrokkene] beter te maken. Het is goed dat de vader in het contact met [betrokkene] een pas op de plaats heeft gemaakt en dat [betrokkene] nu weer met plezier naar de vader gaat. De ouders doen [betrokkene] er plezier mee als zij hun positieve instelling en gedrag kunnen volhouden.
Een zorg is wel dat het ouderschapsplan nog niet klaar en getekend is en dat de professionele tussenpersoon er nog niet is. Bij de moeder is enige ambivalentie te proeven over de inzet van Unzalzorg en moeder stelt hulpverleningsmoe te zijn. Als het ouderschapsplan er thans kant en klaar lag, was er geen twijfel over het beëindigen van de ondertoezichtstelling. Nu er geen afgerond ouderschapsplan is, is er een los eindje dat negatieve gevolgen kan hebben als het tussen de ouders niet goed gaat. Derhalve zal de ondertoezichtstelling voor korte duur, te weten zes maanden worden verlengd.
De kinderrechter vraagt de ouders de komende tijd met de hulpverlening te blijven meewerken en vraagt de GI om te onderzoeken welke hulp de ouders en [betrokkene] in vrijwillig kader nodig hebben, zodat de hulpverlening na afloop van hulpverlening in een gedwongen kader vloeiend overloopt in een vrijwillig kader. De kinderrechter verwacht dat een verlenging van de ondertoezichtstelling na afloop van de zes maanden niet meer nodig is en mogelijk kan, als de GI daartoe aanleiding ziet, de hulpverlening in gedwongen kader eerder worden afgesloten. Het resterende gedeelte van het verzochte zal de kinderrechter niet aanhouden, maar afwijzen, nu de ouders een dusdanige samenwerking hebben laten zien, zowel met de hulpverlening als met elkaar, en zodanige resultaten hebben geboekt, dat een nog langere inperking van hun gezag niet noodzakelijk is en evenmin zou zijn gerechtvaardigd.
De komende tijd dienen de ouders met de inzet van hulpverlening (verder) te werken aan het voltooien van het ouderschapsplan.
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [betrokkene] met ingang van 6 maart 2021 tot 6 september 2021;
wijst af het meer en/of anders verzochte;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. Devis, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.J.A. van der Velde als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 maart 2021. |
| Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofAmsterdam |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.