Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 24 februari 2020

ECLI:NL:RBAMS:2020:7623Zaaknummer 8257487 EA VERZ 20-12

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24 februari 2020
Publicatiedatum
5 augustus 2025
Zaaknummer
8257487 EA VERZ 20-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2020 en veroordeelt GVB om de conducteur 10.000 euro bruto te betalen.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2020;

veroordeelt GVB tot betaling aan [verweerster] van het bedrag van € 10.000,-- bruto;

bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Kraak, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.

De griffierDe kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verweerster]
  2. VERLOOP VAN DE PROCEDURE
  3. Beschikking is bepaald op heden. BEOORDELING VAN HET VERZOEK
  4. Feiten
  5. Verzoek en verweer
  6. Beoordeling
  7. BESLISSING

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8257487 EA VERZ 20-12

beschikking van: 24 februari 2020

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GVB Exploitatie B.V.

gevestigd te Amsterdam

verzoekster,

nader te noemen: GVB

gemachtigde: mr. A.M.J. Bouman

t e g e n

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster,

nader te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. L.T.M. Keet

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

GVB heeft op 7 januari 2020 een verzoekschrift ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerster] heeft op 31 januari 2020 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter terechtzitting behandeld op 13 februari 2020. Namens GVB zijn [naam 1] (unitmanager), [naam 2] (teammanager) en [naam 3] (HR business partner) verschenen, vergezeld van de gemachtigde. [verweerster] verscheen eveneens met haar gemachtigde. GVB heeft haar standpunt aan de hand van een pleitnota toegelicht en beide partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.

Beschikking is bepaald op heden. BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

[verweerster], geboren op [geboortedatum] en thans derhalve 64 jaar oud, is sinds 2 september 2002 in dienst van GVB als conducteur. Het salaris bedraagt € 3.537,-- bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

1.2.

GVB is een vervoersbedrijf en biedt collectief personenvervoer aan in Amsterdam (met bus, tram, metro en veer). Voorheen was GVB als diensttak een onderdeel van de gemeente Amsterdam. Per 1 januari 2007 is zij verzelfstandigd, welke verzelfstandiging ertoe heeft geleid dat degenen die op 31 december 2006 als ambtenaar bij de diensttak waren aangesteld een arbeidsovereenkomst met GVB aangeboden hebben gekregen, ingaande 1 januari 2007. Zo ook [verweerster], zij had een aanstelling bij de gemeente Amsterdam vanaf 2 september 2002.

Verzoek en verweer

2. Ter zitting heeft GVB het verzoek gewijzigd in die zin dat zij thans alleen nog verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b jo. 7:669 lid 3 sub g BW. GVB stelt daartoe - kort gezegd - dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie tussen partijen, zodanig dat van haar niet kan worden gevergd dat deze nog langer voortduurt, en dat herplaatsing van [verweerster] binnen een redelijke termijn niet tot de mogelijkheden behoort of in de rede ligt. GVB is bereid [verweerster] bij wijze van vergoeding een bedrag van € 10.000,-- bruto te voldoen.

3. [verweerster] erkent dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie, maar benadrukt dat haar daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. [verweerster] stemt in met de door GVB aangeboden vergoeding.

Beoordeling

4. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat er geen sprake is van een opzegverbod.

5. Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een redelijke grond als hiervoor bedoeld en ligt herplaatsing van [verweerster] niet in de rede. Derhalve zal het verzoek tot ontbinding worden toegewezen. De datum van de ontbinding zal, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:671b lid 8 sub a BW, worden bepaald op 1 april 2020. Hierbij is rekening gehouden met de duur van de procedure en de onderhandelingen die daaraan vooraf zijn gegaan.

6. Nu partijen het erover eens zijn dat GVB [verweerster] bij wijze van vergoeding € 10.000,-- bruto dient te voldoen, hoeft GVB niet op grond van artikel 7:686a lid 6 BW in de gelegenheid te worden gesteld haar verzoek in te trekken en zal GVB tot betaling van dit bedrag worden veroordeeld.

7. De proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2020;

veroordeelt GVB tot betaling aan [verweerster] van het bedrag van € 10.000,-- bruto;

bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Kraak, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.

De griffierDe kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.