Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 8 oktober 2020

ECLI:NL:RBAMS:2020:4894Zaaknummer C/13/687890 / KG ZA 20-677

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
8 oktober 2020
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/13/687890 / KG ZA 20-677
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

KG gedaagden mogen geen valse recensies plaatsen op Google over de praktijk van eiseres. Ook mogen zij haar niet meer benaderen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 4 De beoordeling
  4. 5 5. De beslissing

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/687890 / KG ZA 20-677 AB/MV

Vonnis in kort geding van 8 oktober 2020

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats 1],

eiseres bij dagvaarding van 5 augustus 2020,

advocaat mr. P.L. Tjiam te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 2],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 3],

gedaagden,

advocaat mr. M. Blommers te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Bij dagvaarding van 5 augustus 2020 zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] opgeroepen voor de zitting van de voorzieningenrechter op 13 augustus 2020. Zij zijn daar toen niet verschenen. Tegen hen is geen verstek verleend. Bij tussenvonnis van 13 augustus 2020 zijn zij tot uiterlijk 27 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld een advocaat te vinden. De behandeling is daartoe aangehouden. De door hen aangezochte advocaat, mr. Blommers, en mr. Tjiam hebben vervolgens hun verhinderdata doorgegeven, waarna een voortzetting van de mondelinge behandeling is bepaald op 30 september 2020.

1.2.

In het tussenvonnis van 13 augustus 2020 is ook een ordemaatregel opgenomen die geldt totdat in dit kort geding een eindvonnis is gewezen. Die ordemaatregel houdt in dat het [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is verboden om zonder voorafgaande toestemming van [eiseres] bij haar woonhuis of praktijk langs te gaan en/of haar daar te bedreigen of te chanteren, dan wel aan een derde opdracht te geven om dat te doen. Aan die ordemaatregel is een dwangsom verbonden.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling op 30 september 2020 heeft [eiseres] de dagvaarding en de akte wijziging van eis toegelicht. [gedaagde 1] en [gedaagde 2], die tevoren een conclusie van antwoord hadden ingestuurd, hebben verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.Bij de mondelinge behandeling waren – voor zover van belang – aanwezig: [eiseres] met mr. Tjiam en zijn kantoorgenoot mr. M.A. Hillen;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] met mr. Blommers.Na verder debat is vonnis bepaald op 14 oktober 2020. Nadien zijn de raadslieden van partijen er per e-mail van in kennis gesteld dat vonnis wordt gewezen op 8 oktober 2020.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft een eenmanszaak, [naam praktijk]. Zij is darmtherapeut en geeft colonhydrotherapie. Haar domeinnaam op het internet is [domeinnaam]. [eiseres] is aangesloten bij de beroepsorganisatie Belangen Associatie Therapeut en Consument (BATC).

2.2.

Ten einde raad vanwege langdurige gezondheidsklachten, heeft [gedaagde 1] zich bij e-mail van 3 februari 202 gemeld bij de praktijk van [eiseres]. Hij zei erbij dat hij geen geld had om de behandeling te betalen. [eiseres] heeft hem daarop gratis behandeld.

2.3.

In maart 2020 kregen [eiseres] en [gedaagde 1] een liefdesrelatie. Op 5 april 2020 is de echtgenote van [gedaagde 1], [gedaagde 2], daar achter gekomen. Enkele weken later heeft [gedaagde 1] de relatie beëindigd en is hij terug gegaan naar zijn vrouw.

2.4.

In een e-mail van 5 mei 2020 heeft [gedaagde 2] aan [eiseres] onder meer het volgende geschreven: (…)Jij als therapeute hebt hier een hele grote fout begaan. Jij had never nooit misbruik mogen maken van jouw cliënt. Want dat was [gedaagde 1] namelijk [eiseres], een cliënt. (…)Ik zal bij mezelf ten rade gaan of ik met het misbruik maken van jouw beroepsethiek en het aan je laars lappen van de richtlijnen van het RIVM en Rijksoverheid verdere stappen ga ondernemen. Wat ik wel kan beloven is dat je van mij de garantie hebt dat ik dit zeker ga doen als je ooit nog contact opneemt met [gedaagde 1] of met mij. Never nooit meer doen!! Game over!!

2.5.

Op 15 mei 2020 heeft [gedaagde 2] een klacht ingediend tegen [eiseres] bij de BATC. Op 25 mei 2020 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een klacht ingediend tegen [eiseres] bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). In de brief die [eiseres] hierover van IGJ heeft ontvangen staat onder meer: Het betreft een melding over seksueel grensoverschrijdend gedrag, dat zou hebben plaatsgevonden met een patiënt.

2.6.

In juni en juli 2020 zijn op Google in totaal negen recensies geplaatst over de praktijk van [eiseres]. Alle recensies zijn negatief (één ster). Drie van deze recensies luiden als volgt: afbeelding verwijderd in verband met privacy gegevens

2.7.

Bij brief van 8 juli 2020 heeft de rechtsbijstandsverzekeraar van [eiseres] aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geschreven dat zij zich op internet onder diverse namen ten onrechte negatief hebben uitgelaten over (de praktijk van) [eiseres] en dat zij [eiseres] door ongegronde reviews in diskrediet hebben gebracht. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn gesommeerd de recensies te verwijderen.

2.8.

Bij brief van 24 juli 2020 heeft de raadsman van [eiseres] deze sommatie herhaald.

2.9.

In het weekend van 1 en 2 augustus 2020 zijn vijf van de negen recensies verwijderd. 2.10. Nadat [gedaagde 1] iemand anders een afspraak had laten maken voor een behandeling door [eiseres] op 11 augustus 2020, heeft hij zich die dag op het afgesproken tijdstip met die ander gemeld bij de praktijk van [eiseres]. Hij vroeg haar het kort geding in te trekken en dreigde daarbij met een claim wegens schade aan zijn darmen, die hij zou hebben opgelopen door de behandeling van [eiseres]. [eiseres] is daar niet op ingegaan en heeft hem naar haar advocaat verwezen. [gedaagde 1] heeft deze ontmoeting heimelijk opgenomen. De opname is door hem in het geding gebracht.

2.11.

Diezelfde dag zijn de resterende vier recensies verwijderd.

3. Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – na vermeerdering van eis – het volgende: I. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te gebieden de valse recensies voor nu en in de toekomst verwijderd te houden; II. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te verbieden valse recensies over [eiseres] en/of over haar praktijk online of offline te plaatsen, waaronder mede begrepen recensies met dezelfde inhoud of strekking als de onder 2.7 bedoelde recensies; III. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te verbieden om [eiseres] te betichten van seksueel grensoverschrijdend gedrag; IV. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te verbieden om a. zonder voorafgaande toestemming van [eiseres] bij het woonhuis van [eiseres] of bij haar praktijk langs te gaan; b. [eiseres] te bedreigen of te chanteren; c. een derde opdracht te geven dit te doen; V. een en ander op straffe van dwangsommen; en VI. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Ter zitting van 30 september 2020 heeft de raadsman van [eiseres] de vordering onder III zo uitgelegd dat daaronder niet valt het indienen of doorzetten van klachten bij daartoe aangewezen instanties (zoals BATC en IGJ).

3.3.

[eiseres] stelt hiertoe dat zij slachtoffer is van een lastercampagne. Er is geen sprake van seksueel misbruik, alleen van een korte ‘normale’ relatie tussen twee volwassen mensen. Op 5 april 2020 heeft [gedaagde 2] bij [eiseres] aan de deur gestaan om aan te kondigen dat zij stappen ging ondernemen. Op 29 of 30 april 2020 heeft [gedaagde 1] [eiseres] gewaarschuwd voor een wraakactie en voor het plaatsen van valse Googlerecensies. De e-mail van 5 mei 2020 van [gedaagde 2] aan [eiseres] (zie 2.4) is bedreigend. Ook op 15 mei 2020 (in de dagvaarding is abusievelijk vermeld 14 mei 2020) stonden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bij [eiseres] voor de deur, waarbij [gedaagde 2] heeft gezegd de praktijk van [eiseres] helemaal kapot te zullen maken op het internet. Een en ander is bevestigd in de verklaring van een goede vriendin van [eiseres], die zij diezelfde dag hierover had gebeld. Daarna hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de daad bij het woord gevoegd. Zij hebben klachten ingediend bij BATC en IGJ en zij hebben onder valse namen recensies op Google geplaatst. Dat die recensies van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] afkomstig zijn, is gezien hun dreigementen wel duidelijk. In de tien voorafgaande jaren is nooit een Googlerecensie over de praktijk van [eiseres] geplaatst. Uit een groot aantal omstandigheden, zoals opgesomd onder 4.8 van de dagvaarding, blijkt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] achter de recensies zitten, althans dat zij de controle hadden over personen die die recensies hadden geplaatst. Overigens heeft [gedaagde 2] erkend dat één recensie (die van [naam 1]) van haar afkomstig is. [eiseres] lijdt hierdoor grote emotionele en zakelijke schade. De beschuldiging van seksueel misbruik is zeer ernstig en heeft tot gevolg dat nieuwe klanten hun afspraak afzeggen. De belangen van [eiseres] gaan in dit geval boven de vrijheid van meningsuiting van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Op 11 augustus 2020 is [gedaagde 1] bovendien onder valse voorwendsels bij de praktijk van [eiseres] langsgegaan en heeft hij haar bedreigd met het indienen van een medische claim om haar op die manier te dwingen dit kort geding in te trekken. Ook dit heeft geleid tot grote angst aan de zijde van [eiseres]. Overigens is in de geluidsopname die [gedaagde 1] op 11 augustus 2020 heeft gemaakt duidelijk geknipt, opdat het allemaal niet zo ernstig lijkt. Gezien de ernst van de situatie heeft [eiseres] een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen. De angst dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] weer in actie zullen komen is reëel.

3.4.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben aangevoerd dat [gedaagde 2] inderdaad één negatieve recensie heeft geplaatst over [eiseres], omdat [eiseres] ook haar wilde behandelen, terwijl later bleek dat dit medisch gezien niet verantwoord was. Dat [eiseres] een affaire is begonnen met [gedaagde 1] is gezien de behandelrelatie onprofessioneel. Ook [gedaagde 2] was hierdoor zeer aangeslagen. Dit heeft zij verwoord in haar e-mail van 5 mei 2020 (zie 2.4) die door [eiseres] ten onrechte als een ‘dreigmail’ is aangemerkt. Vrienden en familieleden kregen lucht van de problemen tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en van de affaire tussen [eiseres] en [gedaagde 1] en waren gechoqueerd door het feit dat [eiseres] als professioneel therapeut hieraan zo’n grote bijdrage had geleverd. Uit boosheid hierover hebben zij de recensies geplaatst. Een van hen is de nicht van [gedaagde 1] ( [naam 2] ), die na sommatie door de raadsman van [eiseres] de recensie meteen heeft verwijderd en een onthoudingsverklaring heeft getekend. De andere vrienden en familieleden willen zich niet bekendmaken uit angst voor een sommatie van de raadsman van [eiseres]. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben zich niet schuldig gemaakt aan dreigementen om de praktijk van [eiseres] kapot te maken. Ook hebben zij haar niet in het wilde weg beschuldigd van seksueel misbruik. Zij ontkennen dat zij 14 of 15 mei 2020 bij [eiseres] aan de deur hebben gestaan. De verklaring van de vriendin van [eiseres] hierover is alleen maar een verklaring van horen zeggen. Op 11 augustus 2020, na het uitbrengen van de dagvaarding, heeft [gedaagde 1] nog wel contact gezocht met [eiseres] om te praten over een constructieve oplossing. Dat hij hiervoor iemand anders een afspraak heeft laten maken in de praktijk van [eiseres], verdient niet de schoonheidsprijs, maar hij had hiermee geen verkeerde bedoelingen. Uit de geluidsopname die hij heeft gemaakt, blijkt weliswaar dat sprake was van een onplezierig gesprek, maar niet van bedreigingen. [gedaagde 1] ontkent dat hij heeft geknipt in die opname. Al met al is er volgens [gedaagde 1] en [eiseres] geen grondslag voor toewijzing van de vorderingen. Ook heeft [eiseres] geen spoedeisend belang bij toewijzing van die vorderingen in dit kort geding, omdat de recensies zijn verwijderd en er geen enkele concrete dreiging bestaat dat zij zich schuldig zullen maken aan enig onrechtmatig handelen.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde 1] en [eiseres] hebben een relatie gekregen, waaraan [gedaagde 1] een einde heeft gemaakt nadat [gedaagde 2] erachter was gekomen. Hij koos bij nader inzien voor zijn vrouw en zijn huwelijk. Het was een relatie tussen twee volwassen mensen, die, zoals blijkt uit de overgelegde Whats-App berichten, geestverwanten in elkaar meenden te zien. Begrijpelijk dat [gedaagde 2] niet alleen boos was op [gedaagde 1], maar ook op [eiseres]. Het kan haar dan ook niet worden aangerekend dat zij direct bij [eiseres] is langsgegaan om haar dit te laten weten. Het kan [gedaagde 2] (en [gedaagde 1]) ook niet worden verweten dat zij klachten hebben ingediend bij beroepsorganisaties van [eiseres], die op het kritieke moment ten slotte de therapeut van [gedaagde 1] was. Los daarvan is van seksueel grensoverschrijdend gedrag niet gebleken en het zal [gedaagde 2] en [gedaagde 1] dan ook worden verboden [eiseres] daarvan buiten het kader van een klachtenregeling te betichten.

4.2.

[gedaagde 2] en [gedaagde 1] zijn ook te ver gegaan door daarna nog twee keer bij de praktijk van [eiseres] langs te gaan, eerst samen en toen [gedaagde 1] met een handlanger. Zij ontkennen weliswaar bij hoog en bij laag dat zij op 14 of 15 mei 2020 bij [eiseres] aan de deur zijn geweest, maar [eiseres] heeft een verklaring overgelegd van een goede vriendin, die aantekeningen pleegt te maken van lange telefoongesprekken en heeft genoteerd dat zij op 15 mei 2020 is gebeld door een doodsbange [eiseres], die overstuur was, nadat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] bij haar thuis waren vertrokken. In het kader van dit kort geding is daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat dit bezoek heeft plaatsgevonden. [gedaagde 2] en [gedaagde 1] zijn op dit punt niet geloofwaardig, zodat ook wordt uitgegaan van de stelling van [eiseres] dat [gedaagde 2] toen tegen haar heeft gezegd dat zij haar praktijk via het internet helemaal kapot zou maken. Daar komt ten slotte nog bij dat [gedaagde 1] op 11 augustus 2020 weer is langsgegaan, nu in gezelschap van iemand die hij een nepafspraak had laten maken, om [eiseres] te bewegen dit kort geding in te trekken, in ruil waarvoor hij dan geen schadeclaim tegen haar zou indienen.

Al met al reden genoeg om de in het tussenvonnis getroffen ordemaatregel in dit vonnis als voorlopige voorziening te handhaven.

4.3.

De recensies zijn volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geplaatst door familie en vrienden van hen, die lucht van de affaire hadden gekregen en daarover verontwaardigd waren, maar anoniem willen blijven. Daarmee zijn het in ieder geval fake-recensies, want die mensen zijn zelf niet bij [eiseres] onder behandeling geweest. Als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] die recensies inderdaad niet zelf hebben geplaatst, dan hebben zij er de hand in gehad dat hun familie en vrienden, door hen op de hoogte gesteld van [eiseres] en haar praktijk, dat ongeveer gelijktijdig hebben gedaan en ook dat die recensies in twee tranches gelijktijdig werden weggehaald. In zoverre hebben zij de regie over dergelijke recensies en kan hun ook worden geboden die verder achterwege te laten. De (fake-)recensies zijn buitengewoon kwetsend voor [eiseres] en schadelijk voor haar praktijk en zij heeft er dan ook een groot belang bij dat die niet weer verschijnen. Het belang van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bij vrijheid van meningsuiting weegt daar niet tegen op. Ook de vorderingen die zien op (het verwijderd houden van) de recensies zijn dus toewijsbaar.

4.4.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben nog aangevoerd dat er op dit moment geen reële dreiging bestaat dat zij weer bij de praktijk van [eiseres] zullen langsgaan en/of dat zij nogmaals negatieve recensies over haar zullen (doen) plaatsen, maar dat doet niet af aan het spoedeisend belang van [eiseres] bij toewijzing van haar vorderingen. Gezien de ernst van de zaak is de angst van [eiseres] dat een en ander nog een keer kan gebeuren reëel. Daaraan zal worden tegemoetgekomen door het treffen van onderstaande voorzieningen.

4.5.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld in de proceskosten van [eiseres].

5 5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om valse recensies, zoals de onder 2.6 aangehaalde recensies en recensies met dezelfde strekking, die gaan over [eiseres] en/of over haar praktijk, voor nu en in de toekomst verwijderd te houden,

5.2.

verbiedt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om valse recensies, zoals hiervoor onder 5.1 bedoeld, online (via het internet, sociale media of anderszins) te plaatsen of offline (schriftelijk) te publiceren,

5.3.

verbiedt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om [eiseres], anders dan in het kader van een klachtenregeling, te betichten (via internet, social media, e-mail of anderszins) van seksueel grensoverschrijdend gedrag,

5.4.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van een dwangsom van € 1.000,- per keer en per dag dat zij (of een van hen) na betekening van dit vonnis in strijd met (een of meer van) de in 5.1 tot en met 5.3 opgenomen veroordelingen handelen, met een maximum van € 50.000,-,

5.5.

verbiedt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om zonder voorafgaande toestemming van [eiseres] bij haar woonhuis of praktijk langs te gaan en/of haar daar te bedreigen of te chanteren, dan wel aan een derde opdracht te geven om dat te doen,

5.6.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van een dwangsom van € 2.500,- per keer dat zij (of een van hen) na betekening van dit vonnis in strijd met het onder 5.5 genoemde verbod handelen, met een maximum van € 50.000,-,

5.7.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 105,03 aan dagvaardingskosten, € 304,- aan griffierecht en € 980,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over deze bedragen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis,

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2020.[_8d430ef9-d07a-4901-9c38-2e5e296e78a2]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.