Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Amsterdam, 29 juli 2020

ECLI:NL:RBAMS:2020:3918Zaaknummer AWB - 19 _ 5504

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29 juli 2020
Publicatiedatum
25 augustus 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 5504
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Proces-verbaal
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep is niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen procesbelang meer heeft. Eiser heeft wel gevraagd om schadevergoeding, maar de gestelde schade niet onderbouwd. Ook is niet concreet gemaakt dat hij vervolgstappen richting de aannemer wil maken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen actueel en concreet belang bij zijn beroep heeft. De werkzaamheden op het werkterrein zijn namelijk gestopt. Dit heeft eiser telefonisch bij de griffier aangegeven. Verweerder heeft dit ook bevestigd op de zitting. Eiser zou mogelijk nog een belang bij de beoordeling van het beroep hebben, als hij tot op zekere hoogte aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk en als gevolg van het bestreden besluit schade heeft geleden. Hierin is eiser echter niet geslaagd. Eiser heeft de gestelde schade onvoldoende concreet gemaakt en het schadebedrag ook niet onderbouwd. De enkele en niet onderbouwde stelling van eiser dat hij vervolgstappen richting de aannemer wil nemen is evenmin voldoende concreet om op grond daarvan een belang aan te nemen.

2. Voorgaande betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, voorzitter, en mr. C.F. de Lemos Benvindo en mr. D. Sullivan, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier, op 29 juli 2020.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beslissing
  3. Overwegingen
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/5504

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 29 juli 2020 in de zaak tussen

[eiser], te Amstelveen, eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Bounaanaa).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: vennootschap onder firma Vital VOF, te Amstelveen

(gemachtigde: mr. A.M.M. Ferwerda).

Procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek om handhaving van eiser afgewezen. Bij besluit van 12 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard, maar het primaire besluit onder aanvullende motivering in stand gelaten. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op 29 juli 2020. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens de derde-partij was [naam] (omgevingsmanager van Vital) aanwezig.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen actueel en concreet belang bij zijn beroep heeft. De werkzaamheden op het werkterrein zijn namelijk gestopt. Dit heeft eiser telefonisch bij de griffier aangegeven. Verweerder heeft dit ook bevestigd op de zitting. Eiser zou mogelijk nog een belang bij de beoordeling van het beroep hebben, als hij tot op zekere hoogte aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk en als gevolg van het bestreden besluit schade heeft geleden. Hierin is eiser echter niet geslaagd. Eiser heeft de gestelde schade onvoldoende concreet gemaakt en het schadebedrag ook niet onderbouwd. De enkele en niet onderbouwde stelling van eiser dat hij vervolgstappen richting de aannemer wil nemen is evenmin voldoende concreet om op grond daarvan een belang aan te nemen.

2. Voorgaande betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, voorzitter, en mr. C.F. de Lemos Benvindo en mr. D. Sullivan, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier, op 29 juli 2020.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.