Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:1049Zaaknummer 13/730032-19
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 februari 2020
- Publicatiedatum
- 24 februari 2020
- Zaaknummer
- 13/730032-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor het buiten het grondgebied brengen, vervoeren en aanwezig hebben van verdovende middelen (o.a. mdma en cocaïne).
4 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.G.C. Groenendaal, voorzitter,
mrs. G.H. Marcus en J. Huber, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2020.
[...]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/730032-19 (Promis)
Datum uitspraak: 18 februari 2020
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1], [woonplaats].
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 februari 2020.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.A. van de Vliet en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.H. Aalmoes naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 9 augustus 2019 tot en met 16 augustus 2019 op verschillende plekken (samen met anderen) opzettelijk 35,66 kilogram MDMA, 20 tabletten MDMA, 1 tablet 2C-B, 2,26 kilogram cocaïne en 0,35 kilogram amfetamine heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland gebracht, of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad.
Als dat niet kan worden bewezen wordt verdachte beschuldigd van medeplichtigheid daaraan, door een ruimte in het bedrijfspand aan de [adres 2] in Diemen ter beschikking te stellen.
De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.
3 Vrijspraak
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken nu verdachte op grond van het dossier niet als medepleger of medeplichtige kan worden aangemerkt.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank vindt net als de officier van justitie en de raadsvrouw het tenlastegelegde niet bewezen omdat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte zich als medepleger of medeplichtige schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
4 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.G.C. Groenendaal, voorzitter,
mrs. G.H. Marcus en J. Huber, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2020.
[...]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.