Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 25 september 2017

ECLI:NL:RBAMS:2017:6944Zaaknummer 13/684053-17

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25 september 2017
Publicatiedatum
26 september 2017
Zaaknummer
13/684053-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

poging diefstal braak, woninginbraak, vrijspraak, verkort vonnis

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. W.M.C. van den Berg en E. Dinjens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.M. Nieuwenhuijs, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 september 2017.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het onderzoek ter terechtzitting
  2. 2 Tenlastelegging
  3. 3 Voorvragen
  4. 4 Waardering van het bewijs
  5. 5 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/684053-17

Datum uitspraak: 25 september 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres en woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

1.1.

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 juli en 11 september 2017.

1.2.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.E.A. Duyvendak, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B.E.J. Torny, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 1 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een woning gelegen aan de [adres]) weg te nemen een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorend aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren)/geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar die woning is toegegaan, waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s), althans een of meer van hen (met een breekijzer, althans met een (scherp en/of puntig) voorwerp) de voordeur van die woning en/of het slot van die deur en/of een (keuken)raam van die woning heeft/hebben getracht open te breken/te forceren;

(artikel 311 jo artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De rechtbank acht, net als de officier van justitie en de raadsvrouw, het ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. W.M.C. van den Berg en E. Dinjens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.M. Nieuwenhuijs, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 september 2017.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.