Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 15 april 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:2171Zaaknummer C-13-546868 - HA ZA 13-815
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 april 2015
- Publicatiedatum
- 22 april 2015
- Zaaknummer
- C-13-546868 - HA ZA 13-815
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
vordering tot vernietiging bindend advies afgewezen
De rechtbank
In conventie
wijst het gevorderde af;
veroordeelt Boreft in de kosten van de procedure, aan de zijde van Society Sports B.V. c.s. tot op heden begroot op € 11.742,50, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen 14 dagen na dit vonnis;
In reconventie
heft op de door Boreft ten laste van [gedaagde sub 3], Jusoma, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] gelegde conservatoire beslagen op alle aandelen op naam van Jusoma, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] in Society Sports;
veroordeelt Boreft in de kosten van de procedure, aan de zijde van Society Sports B.V. c.s. tot op heden begroot op € 452,00, te vermeerderen met wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen 14 dagen na dit vonnis;
In conventie en reconventie
veroordeelt Boreft in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 205,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Boreft niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten, met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 5.2 tot en met 5.5 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, mr. J. Kloosterhuis en mr. D.J. Markx, rechters, bijgestaan door mr. J.M. Sodderland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2015.[_c2caad15-aa77-49b3-87ad-b59a3a79577e]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/546868 / HA ZA 13-815
Vonnis van 15 april 2015
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOREFT B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. B.W. Brouwer te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOCIETY SPORTS B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JUSOMA HOLDING B.V.,
gevestigd te Enschede,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 3],
gevestigd te [woonplaats],
4. [gedaagde sub 4],
wonende te Amersfoort,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 5],
gevestigd te Amersfoort,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat voorheen mr. U. Aloni, thans mr. B.F.H. Rumora-Scheltema te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Boreft en Society Sports B.V. c.s. genoemd worden. Gedaagden zullen in voorkomend geval Society Sports, Jusoma, [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] worden genoemd.
1 De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 26 maart 2014,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie met producties,
- het tussenvonnis van 4 juni 2014 waarin een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 23 september 2014 en de daarin genoemde stukken,
waaronder de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte houdende wijziging van eis met producties van Boreft,
- de brief van 23 oktober 2014 van mr. Brouwer met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal,
- het proces verbaal van voortgezette comparitie van 18 februari 2015 en de daarin genoemde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Society Sports exploiteert een aantal herenmodewinkels.
Boreft was de persoonlijke holdingmaatschappij van [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Tot 17 januari 2013 hield Boreft twintig procent van de aandelen in Society Sports. De overige tachtig procent van de aandelen in Society Sports werden gehouden door [gedaagde sub 3], Jusoma en [gedaagde sub 4].
Naar aanleiding van een conflict tussen Boreft en de andere aandeelhouders in Society Sports is Boreft een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer gestart. Dit heeft geresulteerd in een op 12 december 2011 tussen Boreft en Society Sports B.V. c.s. overeengekomen schikking. Deze schikking hield – kort gezegd – in dat Boreft al haar aandelen in Society Sports zou verkopen aan de gezamenlijke overige aandeelhouders dan wel aan (een) door (een of meer van) hen aan te wijzen derde(n) tegen een koopprijs gelijk aan de waarde van de aandelen, die bij wijze van bindend advies zou worden vastgesteld door een door de Ondernemingskamer aan te wijzen bindend adviseur. In de schikking, weergegeven in het proces-verbaal van de zitting van de Ondernemingskamer, is voorts – voor zover thans van belang – nog het volgende opgenomen:
“(…)
De bindend adviseur zal – na inventarisering van de relevante feiten en omstandigheden en gehoord partijen – de waarde van de aandelen vaststellen per 12 december 2011 of op een zo recent mogelijke eerdere door de bindend adviseur vast te stellen voor de hand liggende datum. De bindend adviseur zal tevens een beslissing geven in alle geschillen tussen partijen waarvan de uitkomst (mede) bepalend is voor de vaststelling van de waarde van de aandelen.
(…)
3) Partijen zullen de bindend adviseur
a. de door hem gevraagde medewerking verlenen;
b. de door hem gevraagde informatie verschaffen en
c. hem inzage verschaffen in de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers waarvan de bindend adviseur kennisneming nodig oordeelt.
4) Partijen zijn in de gelegenheid om (…) binnen een door de bindend adviseur vast te stellen – redelijke termijn – hun standpunten uiteen te zetten.
(…)
11) Partijen verlenen elkaar voor het overige over en weer finale kwijting (…)”
Bij beschikking van 16 december 2011 heeft de Ondernemingskamer [naam 2] financieel adviesbureau Duff & Phelps BV te Amsterdam (hierna: de bindend adviseur) aangewezen als bindend adviseur.
Op 9 januari 2012 heeft de bindend adviseur aan Society Sports een engagement letter gestuurd, waarin hij zijn aanstelling bevestigt. In deze brief staat – voor zover thans van belang – het volgende:
“(…)
The purpose of our Engagement is to determine the Fair Market Value (“FMV”) of the Equity of Society Sports.
The FMV is defined as “The amount for which an asset could be exchanged, or a liability settled, between knowledgable, willing parties in an arm’s lenght transaction.” When determining the FMV, we will assume the existing business of the Subject Assets to be ongoing.
(…)
At the conclusion of our analyses, we will provide you with a draft report. Upon reception of comments on this draft report from Parties, we will prepare and issue our final Report (…)”.
Op 1 februari 2012 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Boreft en de bindend adviseur. Bij e-mails van 2 en 5 februari 2012 heeft Boreft vervolgens informatie gestuurd aan de bindend adviseur.
Op 6 februari 2012 heeft de bindend adviseur gesproken met Society Sports B.V. c.s.. Ook heeft Society Sports B.V. c.s. aan de bindend adviseur informatie toegestuurd. Deze informatie, alsmede een verslag van het gesprek heeft de bindend adviseur op 24 februari 2012 aan Boreft gestuurd.
Bij e-mail met bijlagen van 2 maart 2012 aan de bindend adviseur heeft Boreft gereageerd op voornoemde door Society Sports B.V. c.s. aan de bindend adviseur gestuurde stukken en op het gespreksverslag.
In maart 2012 heeft de bindend adviseur gesproken met de accountant van Society Sports, [naam 3] van het kantoor Baker Tilly Berk N.V. (hierna: Baker Tilly Berk). Een verslag van dit gesprek en aanvullende stukken zijn gestuurd naar Boreft en Society Sports B.V. c.s..
Op 27 april 2012 heeft Baker Tilly Berk een rapport van feitelijke bevindingen uitgebracht aan de directie van Society Sports. Dit rapport is ook aan de bindend adviseur gestuurd en deze heeft het op 11 mei 2012 aan Boreft doorgestuurd.
Op 6 juni 2012 heeft de bindend adviseur zijn concept rapport aan partijen gestuurd. In de begeleidende e-mail wordt partijen verzocht om binnen een termijn van zes weken schriftelijk te reageren op de inhoud van het rapport. Daarnaast wordt opgemerkt dat op basis van de inhoud van de schriftelijke reacties zal worden besloten of, ter toelichting, een opvolging middels een ‘meeting’ benodigd is en dat daarna, naar beide partijen (over en weer) op de schriftelijke reacties zal worden gereageerd en, voor zover relevant, deze in de volgende versie van het rapport zullen worden betrokken. Het concept rapport luidt, voor zover thans van belang, als volgt:
“(…)
Waarderingsanalyse
Aandelenbelang
(…)
Kasstroomprognose
(…)
Society Shop
Historie
(…) de omzet (…) [is] gestegen van EUR 15,3 miljoen in 2006 naar EUR 18,1 miljoen in 2010. Dit impliceert een cumulatieve jaarlijkse groei van 4,3%.
(…)
Prognoses
Voor 2012 is het ‘Best Case’ scenario aangehouden zoals dat door Management is aangeleverd. De omzet daalt hierin met ca. 3,8%. De algemene aanname ten aanzien van de omzetontwikkeling is een daling van 3,0%. Daarnaast zijn winkelspecifieke omstandigheden in aanmerking genomen, zoals een verdere daling van de omzet van de winkels in Almere en Roermond en sluiting van de outlet store in Ingolstadt.
Voor de jaren 2013 tot en met 2017 wordt een jaarlijkse omzetgroei van 4,0% verondersteld tot een niveau van ca. 21,5 miljoen.
(…)
Investeringen in materiële vaste activa
Management heeft een inschatting gemaakt van de vereiste kapitaalsinvesteringen voor 2012 en 2013 per winkel. Deze investeringen bedragen in totaal EUR 725.000 voor 2012 en EUR 200.000 voor 2013. Voor 2013 is daarnaast EUR 85.000 aan investeringen in automatiseringssystemen opgenomen (…)
Voor de resterende jaren vanaf 2014 is uitgegaan van vereiste investeringen van EUR 300.000 per jaar (…). Uitgaande van een gemiddelde investering van ca. EUR 140.000 voor een nieuwe inrichting, een bestand van 20 filialen en een periode van ca. 9 jaar tussen vervangingsinvesteringen, resulteert een investeringsniveau van ca. EUR 315.000 per jaar. (…)
Conclusie
(….) de Deskundige [heeft], na beschouwing, bestudering en overweging van alle relevante informatie en discussies met de Partijen, de waarde van het Aandelenbelang vastgesteld op EUR 169.000. (…)”
Bij brief van 12 juli 2012 aan de bindend adviseur is door Society Sports B.V. c.s. gereageerd op het concept rapport.
Bij brief van 16 juli 2012 aan de bindend adviseur heeft Boreft haar opmerkingen naar aanleiding van (onder meer) het concept rapport geuit.
Op 7 augustus 2012 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de bindend adviseur en Boreft, waarin Boreft de door haar gemaakte opmerkingen naar aanleiding van het concept rapport heeft toegelicht. Op 12 augustus 2012 is namens Boreft nog een aanvullende toelichting met bijlage aan de bindend adviseur gestuurd.
Op 24 augustus 2012 heeft de bindend adviseur de reactie van de directie van Society Sports (zie hiervoor 2.12) aan Boreft doorgestuurd.
Bij brief met bijlagen van 20 september 2012 heeft de directie van Society Sports aan de bindend adviseur op diens verzoek gereageerd op de brief van 16 juli 2012 van Boreft (zie hiervoor 2.13).
Bij e-mail van 18 oktober 2012 is het definitieve bindend advies aan partijen gestuurd. In deze e-mail schrijft de bindend adviseur, voor zover thans van belang, het volgende:
“(…)
In deze finale versie hebben wij het door u verstrekte commentaar en de aangeleverde, additionele informatie verwerkt, voor zover door ons noodzakelijk geacht.
Wijzigingen ten opzichte van de conceptversie bevatten onder andere de volgende elementen:
- de vereiste winkelinvesteringen in 2012 (…) en op lange-termijn (door correctie winkels die gesloten worden) zijn verlaagd;
- de verwachte omzetgroei in 2013 is verlaagd (eveneens een correctie voor winkels die gesloten worden);
- de 2011 budgetcijfers zijn gecorrigeerd – deze waren niet overal correct in eerdere analyse verwerkt.
(…)
Tevens treft u onze reactie omtrent uw commentaar op de conceptrapportage aan. (…)”
Het definitieve rapport, gedateerd 17 oktober 2012, luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(…)
Werkwijze en
Informatie
(…)
Duff & Phelps heeft (…)de Partijen verzocht informatie aan te leveren die naar mening van de Partijen relevant is voor Duff & Phelps om een oordeel te vormen met betrekking tot de waarde van het Aandelenbelang per waarderingsdatum. Duff & Phelps heeft van deze informatie kennis genomen en, voorzover zij die relevant acht, meegenomen in de analyse.
Naast analyse van de ontvangen informatie hebben gesprekken met (…) Partijen of belanghebbenden plaatsgevonden (…)
Tijdens deze gesprekken heeft de Deskundige vragen gesteld om een nader beeld van Society Sports te krijgen. (…) Partijen hebben de gelegenheid gekregen hun visie nader toe te lichten en/of kenbaar te maken.
(…)
[naam 1] gaven aan dat een liquidatiescenario in hun optiek tot de hoogste realiseerbare waarde van Society Sports zou leiden.
(…)
De in het Rapport opgenomen waarderingsanalyse en –conclusies gaan uit van continuïteit van de Onderneming (…)
Naast dit uitgangspunt heeft Deskundige, op uitdrukkelijk verzoek van één der Partijen, in zijn waarderingsanalyse aandacht besteed aan een zogenaamd liquidatiescenario (…).
(…)
Financiële positie
Society Sports
B.V.
(…)
Management heeft (…) aan de Deskundige medegedeeld dat de jaarrekening over het boekjaar 2011 (eindigend op 31 januari 2012; 13-maandsperiode) op dit moment nog niet beschikbaar is.
(…)
Historische Verlies & Winstrekening en Balans
(…) 2010 2011(1)
Omzet (…) 18.142 18.102
(…)
EBIT (…) 384 137
% van Omzet 2,1% 0,8%
(…)
Noot:
(1) Laatste verwachtingen per Waarderingsdatum ten aanzien van de resultaten over 2011 zoals gedeeld door Management. Deze cijfers hebben betrekking op een 12-maandsperiode tot en met einde 2011.
Waarderingsanalyse
Aandelenbelang
(…)
Kasstroomprognose
Omzet
Sector (…)
In de afgelopen 10 jaar noteerde de kledingbranche een omzetgroei van gemiddeld 1% per jaar. De jaren 2006 en 2007 worden gekenschetst als ‘topjaren’ voor de kledingbranche (…). In 2008 zette de recente omzetdaling in de kledingbranche zich in.
(…)
Onderzoek van de Rabobank wijst op een negatieve omzetontwikkeling (…) over 2011 en een verwachte negatieve omzetontwikkeling voor 2012. ING onderschrijft de negatieve trend (…), maar verwacht een lichte stijging in 2012 (…). ABN Amro Bank geeft in een sectoranalyse van de fashion-industrie aan dat herstel op zich laat wachten.
(…)
Branche-organisatie CBW-Mitex berekende een negatieve omzetontwikkeling van 2,5% negatief voor de herenmode branche over de eerste helft van 2011. (…)
Society Shop
Historie
(…) de omzet (…) [is] gestegen van EUR 15,3 miljoen in 2006 naar EUR 18,1 miljoen in 2010. Dit impliceert een cumulatieve jaarlijkse groei van 4,3%.
(…)
Prognoses
Voor 2012 is het ‘Best Case’ scenario aangehouden zoals dat door Management is aangeleverd. De omzet daalt hierin met ca. 2,5%. De algemene aanname ten aanzien van de omzetontwikkeling is een daling van 3,0%. Daarnaast zijn winkelspecifieke omstandigheden in aanmerking genomen, zoals een verdere daling van de omzet van de winkels in Almere en Roermond en sluiting van de outlet store in Ingolstadt.
Voor 2013 is een like-for-like groei van 4% verondersteld. Na correctie voor de geplande sluiting van de winkels in Almere en Ingolstadt resulteert dit in een omzetdaling van 1,5%. Het omzetverlies van het filiaal aan de Van Baerlestraat als gevolg van sluiting, wordt geacht volledig gecompenseerd te worden door het nabijgelegen filiaal verderop aan de Van Baerlestraat (…).
Voor de jaren 2014 tot en met 2018 wordt een jaarlijkse omzetgroei van 4,0% verondersteld tot een niveau van ca. 21,1 miljoen.
(…)
Investeringen in materiële vaste activa
Management heeft een inschatting gemaakt van de vereiste kapitaalsinvesteringen voor 2012 en 2013 per winkel. Deze investeringen bedragen in totaal EUR 525.000 voor 2012 (na correctie voor een investeringsbijdrage door de verhuurder voor de investeringen in Utrecht) en EUR 200.000 voor 2013. Voor 2013 is daarnaast EUR 85.000 aan investeringen in automatiseringssystemen opgenomen (…)
De investering in 2012 is relatief hoog in vergelijking met de recente historische investeringen (…) Echter, Management gaf aan dat in recente jaren investeringen in winkelinrichting zijn uitgesteld, met het oog op de liquiditeitspositie van de Onderneming. Dit wordt ondersteund door de historische investeringen in 2008 (…). De Deskundige acht de onderbouwde investeringen en haar ‘inhaalkarakter’ dan ook redelijk.
Voor de resterende jaren -vanaf 2014- is uitgegaan van vereiste investeringen van EUR 275.000 per jaar (…). Uitgaande van een gemiddelde investering van ca. EUR 140.000 voor een nieuwe inrichting, een bestand van 17 filialen en een periode van ca. 9 jaar tussen vervangingsinvesteringen, resulteert een investeringsniveau van ca. EUR 275.000 per jaar. (…)
Conclusie
(….) de Deskundige [heeft], na beschouwing, bestudering en overweging van alle relevante informatie en discussies met de Partijen, de waarde van het Aandelenbelang vastgesteld op EUR 181.000.
De vastgestelde waarde is gebaseerd op toepassing van de DCF Methode. Zoals toegelicht acht de Deskundige niet aannemelijk dat het door één de Partijen aangedragen liquidatiescenario tot een hogere waarde zou leiden dan de bovengenoemde vastgestelde waarde.
Voorbehouden
De opdracht is uitgevoerd mede op basis van informatie die door of namens Partijen is aangeleverd. Uitsluitend de partij die de informatie heeft aangeleverd is verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van de door of namens haar verstrekte informatie. Duff & Phelps aanvaardt nadrukkelijk geen aansprakelijkheid voor het ontbreken van informatie, noch voor onjuiste informatie die is opgenomen in dit rapport, noch voor omissies in de rapportering voor zover die voortvloeien uit niet correcte of onvolledige informatie. (…)”
Geen accountantscontrole toegepast
De aard van de in het kader van deze opdracht uitgevoerde werkzaamheden houdt in dat op deze ter beschikking gestelde informatie door Duff & Phelps geen accountantscontrole is toegepast en dat evenmin een beoordelingsopdracht is uitgevoerd, noch een aanvullend onderzoek in de vorm van een due dilligence. (…)”
Appendix 2.0 bij het definitieve rapport luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(…)
| (…) | 2011 | 2011 part(1) | 2012 | 2013 | (…) | |
| Omzet | 18,102 | 955 | 17,643 | |||
| % groei | -0,2% | -2,5% | ||||
| (…) | ||||||
| Overige inkomsten(…) | (338) | (18) | (834) |
Noot
(1) Resterende periode 2011; periode tussen de Waarderingsdatum, 12 december 2011, en einde van het kalenderjaar 2011
(…)”
Als bijlage bij het definitieve rapport is de brief met bijlagen van de directie van Society Sports van 20 september 2012 (zie hiervoor 2.16) gevoegd.
Op 1 februari 2013 is de jaarrekening van [gedaagde sub 3] vastgesteld. Daarin is – onder meer – opgenomen:
“(…)
Financiële vaste activa
Onder dit hoofd is ondermeer opgenomen een 65,05% deelneming in Society Sports (…). De deelneming wordt gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Het eigen vermogen van de deelneming bedroeg per 31 januari 2012 EUR 489.727 negatief, het resultaat over 2011/2012 EUR 233.425 positief. (…)”
Bij notariële akte van 17 januari 2013 heeft Boreft haar aandelen in Society Sports overgedragen aan de overige aandeelhouders tegen het bedrag van € 181.000,-, waarbij [gedaagde sub 4] zijn holdingmaatschappij [gedaagde sub 5] heeft aangewezen als verkrijger van zijn deel van de aandelen.
3 Het geschil
in conventie
Boreft vordert – samengevat en na wijziging van eis – (i) gehele, dan wel gedeeltelijke vernietiging van het bindend advies, alsmede:
primair
(ii) een verklaring voor recht dat de waarde en de koopprijs van de voorheen door Boreft gehouden aandelen in Society Sports per 12 december 2011, dan wel een zo recent mogelijke eerdere datum, € 1.212.000,00 bedroeg, althans tenminste € 181.000,00;
(iii) met veroordeling van Jusoma, [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, althans naar rato van hun aandelenbelang in Society Sports dan wel naar rato van de door hen bij akte van 17 januari 2013 verkregen aandelen, tot betaling aan Boreft van de koopprijs minus de reeds betaalde € 181.000,00, te vermeerderen met 4% rente daarover, met ingang van 12 december 2011, dan wel
subsidiair
(iv) benoeming van een (nieuwe) bindend adviseur die de koopprijs van de voorheen door Boreft gehouden aandelen zal bepalen met inachtneming van de beschikking van de Ondernemingskamer van 12 december 2011 en dit vonnis, met bepaling dat de door de bindend adviseur gehanteerde berekeningsmethode zal worden gehanteerd, onder toepassing van een vijftal wijzigingen ten opzichte van het bindend advies en met dien verstande dat de koopprijs niet op een lager bedrag dan € 181.000,00 wordt gesteld;
(v) met veroordeling van Jusoma, [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, althans naar rato van hun aandelenbelang in Society Sports dan wel naar rato van de door hen bij akte van 17 januari 2013 verkregen aandelen, tot betaling aan Boreft van de door de nieuwe bindend adviseur bepaalde koopprijs minus de reeds betaalde € 181.000,00, te vermeerderen met contractuele rente daarover, met ingang van 12 december 2011, en
Primair en subsidiair
(vi en vii) met veroordeling van Jusoma, [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, althans naar rato van hun aandelenbelang in Society Sports dan wel naar rato van de door hen bij akte van 17 januari 2013 verkregen aandelen, tot betaling van de beslag- en proceskosten van Boreft.
Boreft legt aan haar vorderingen kort gezegd ten grondslag dat het bindend advies
zowel op formele als op materiële gronden niet voldoet en dat het bindend advies derhalve in verband met de inhoud én de wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, op grond waarvan het (geheel dan wel gedeeltelijk) vernietigd moet worden.
Society Sports B.V. c.s. betwisten dat aanleiding bestaat om het bindend advies te vernietigen. Zij benadrukken de door de rechtbank uit te voeren marginale toets en stellen voorts ten aanzien van de formele bezwaren, kort gezegd, dat de bindend adviseur, voordat hij tot zijn uiteindelijke bindend advies is gekomen, uitgebreid contact heeft gehad met partijen en dat partijen de mogelijkheid hebben gehad op het concept-rapport te reageren. Naar aanleiding van de reactie van partijen is het bindend advies ook –in het voordeel van Boreft- aangepast. Ten aanzien van de door Boreft geuite materiële bezwaren tegen het bindend advies stellen Society Sports B.V. c.s. kort gezegd dat deze, binnen de kaders van de marginale toetsing, zowel juridische als feitelijke grondslag missen. Society Sports B.V. c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Boreft in de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
Society Sports B.V. c.s. vorderen samengevat – opheffing van de door Boreft ten laste van Jusoma, [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] gelegde conservatoire beslagen, met veroordeling van Boreft in de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Boreft voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
in conventie
De tot vernietiging van het bindend advies strekkende vordering moet worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in artikel 7:904 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge die bepaling is een bindend advies slechts vernietigbaar indien in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming gebondenheid aan het advies in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Deze tot terughoudendheid nopende maatstaf brengt met zich dat (de totstandkoming van) het bindend advies door de rechtbank slechts marginaal getoetst kan worden en dat uitsluitend ernstige gebreken in (de totstandkoming van) het bindend advies aan gebondenheid daaraan in de weg kunnen staan.
Boreft stelt dat zowel de inhoud van het bindend advies, als de wijze van totstandkoming daarvan aanleiding bieden om het bindend advies te vernietigen. De rechtbank zal eerst de bezwaren van Boreft tegen de wijze van totstandkoming beoordelen.
De wijze van totstandkoming van het bindend advies
De aan de wijze van totstandkoming van een bindend advies minimaal te stellen eisen brengen mee dat de fundamentele beginselen van procesrecht in acht behoren te worden genomen. Dit betekent dat (i) partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld hun standpunt kenbaar te maken, (ii) de gegevens waarop het advies berust ter kennis van beide partijen moeten worden gebracht, (iii) de beslissing op een deugdelijk onderzoek moet worden gebaseerd en (iv) de beslissing voldoende gemotiveerd moet zijn.
Hoor en wederhoor
Boreft stelt dat het bindend advies aan geen van de hiervoor genoemde vereisten voldoet. Allereerst stelt Boreft dat het beginsel van hoor en wederhoor door de bindend adviseur onjuist is toegepast. Boreft onderbouwt dit met de stelling dat de bindend adviseur zich heeft gebaseerd op eenzijdige (door Society Sports B.V. c.s. aangeleverde) informatie. Bovendien heeft de bindend adviseur door Society Sports B.V. c.s. aangeleverde cruciale stukken pas bij het definitieve rapport gevoegd, zonder deze eerst aan Boreft te doen toekomen, zodat Boreft de mogelijkheid is ontnomen hierop te reageren, aldus nog steeds Boreft.
De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat de reactie met bijlagen van Society Sports B.V. c.s., gedateerd 20 september 2012 (zie hiervoor 2.16), op het op 16 juli 2012 door Boreft geleverde commentaar op het conceptrapport, pas ten tijde van het definitieve bindend advies ter kennis van Boreft is gekomen. Dit maakt echter nog niet dat een fundamenteel beginsel van behoorlijk procesrecht is geschonden. In de door de bindend adviseur gestuurde engagement letter (zie hiervoor 2.5) geeft de bindend adviseur weer hoe de procedure zal verlopen: eerst wordt een concept rapport opgesteld, waarop partijen mogen reageren en vervolgens komt het definitieve rapport. Beide partijen hebben op het conceptrapport gereageerd (Society Sports B.V. c.s. op 12 juli 2012 en Boreft op 16 juli 2012, zie hiervoor respectievelijk 2.12 en 2.13) en op die reacties is de bindend adviseur in zijn definitieve bindend advies ingegaan. Dit blijkt onder meer uit de begeleidende e-mail van 18 oktober 2012 (zie hiervoor 2.17). Dat Society Sports B.V. c.s. na de reacties op verzoek van de bindend adviseur nog eens heeft gereageerd op de reactie van Boreft maakt niet dat – om te voldoen aan de fundamentele beginselen van behoorlijk procesrecht – op de bindend adviseur de verplichting rustte die reactie aan Boreft door te sturen voor commentaar alvorens tot een definitief rapport te komen. Een dergelijke plicht volgt niet uit bedoelde beginselen. Dat de laatste reactie van Society Sports B.V. voorzien was van veel bijlagen maakt dat niet anders. Van de bindend adviseur kon ook niet worden verwacht dat hij de laatste reactie van Society Sports B.V. c.s., ook gelet op de fase waarin de totstandkoming van het bindend advies verkeerde, nog weer voor commentaar zou doorsturen naar Boreft. Een andere opvatting zou meebrengen dat binnen redelijke termijn geen rapport tot stand zou zijn gekomen. Partijen hadden immers steeds commentaar op elkaars zienswijze. Daarbij komt nog dat het concept rapport in het voordeel van Boreft is gewijzigd. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van het niet in acht nemen van het beginsel van hoor en wederhoor. In zoverre is er geen grond tot vernietiging van het advies.
Dat de bindend adviseur zich overigens zou hebben gebaseerd op eenzijdige informatie van Society Sports B.V. c.s. kan niet worden gevolgd. Op alle overige door Society Sports B.V. c.s. aan de bindend adviseur verstrekte informatie heeft Boreft kunnen reageren. Boreft heeft van deze mogelijkheid ook vrijwel steeds gebruik gemaakt.
Feitenonderzoek
Voorts stelt Boreft dat de bindend adviseur geen deugdelijk onderzoek naar de feiten heeft gedaan. Zij voert daartoe kort gezegd aan dat de bindend adviseur de door hem van Baker Tilly Berk ontvangen cijfers niet zelf heeft gecontroleerd. De rechtbank volgt Boreft daarin niet. Als uitgangspunt geldt de omvang van de opdracht, zoals die blijkt uit de schikking, weergegeven in het proces-verbaal van de zitting van de Ondernemingskamer van 12 december 2011 (zie hiervoor 2.3). Daaruit is in elk geval niet af te leiden dat van de bindend adviseur werd verwacht dat hij de aan hem verstrekte cijfers aan inhoudelijke controle zou onderwerpen. Indien dat anders zou zijn, had dat naar het oordeel van de rechtbank moeten zijn overeengekomen in de schikking. Waardering van aandelen door een accountant impliceert immers nog niet dat de accountant ook de cijfers waarop de waardering wordt gebaseerd aan een inhoudelijke controle onderwerpt. Daarvoor is een speciale opdracht nodig. Dat de opdracht door de bindend adviseur is opgevat zoals hiervoor bedoeld (dus zonder inhoudelijke controle van de cijfers) blijkt ook uit de tekst van het in het bindend advies opgenomen voorbehoud, inhoudende dat de opdracht is uitgevoerd mede op basis van informatie die door of namens partijen is aangeleverd en dat uitsluitend de partij die de informatie heeft aangeleverd verantwoordelijk is voor de betrouwbaarheid van de door of namens haar verstrekte informatie. Anders dan Boreft kennelijk stelt, is het opnemen van een dergelijk voorbehoud in de gegeven omstandigheden terecht. In het verlengde daarvan heeft de bindend adviseur in het bindend advies aansprakelijkheid uitgesloten voor het ontbreken van informatie, voor onjuiste informatie die is opgenomen in het bindend advies en voor omissies in de rapportering, voor zover die voortvloeien uit niet correcte of onvolledige informatie. Ook tot het hanteren van een dergelijke exoneratie was de bindend adviseur gerechtigd. Dat partijen van mening verschilden over de juistheid van aangeleverde cijfers maakt het voorgaande niet anders.
Voorts geldt nog het volgende. Krachtens geldende rechtspraak kunnen slechts ernstige gebreken in de totstandkomingsfase van een bindend advies met zich brengen dat een partij niet aan dat advies gehouden kan worden. De enkele schijn dat een zuiver bindend advies niet met de vereiste onafhankelijkheid tot stand is gekomen, kan niet worden aangemerkt als zodanig ernstig gebrek. Boreft heeft haar stelling dat de accountant van Society Sports (al dan niet bewust) onjuiste informatie aan de Bindend Adviseur heeft verschaft, onvoldoende onderbouwd. Bij –zoals in dit geval- een zuiver bindend advies is bovendien niet vereist dat beide partijen evenveel invloed moeten hebben op de uitkomst van het advies. In casu geldt dat temeer, aangezien Society Sports nu eenmaal de partij was die over de meeste (financiële) informatie beschikte ten aanzien van de vennootschap. Van een gebrek in voormelde zin is derhalve ook daarom geen sprake.
Motivering
Op de vraag in hoeverre een bindend advies dient te worden gemotiveerd, valt geen algemeen antwoord te geven. Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 20 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005AS5890) heeft in beginsel te gelden dat, naar mate het bindend advies meer het karakter van rechtspraak heeft, de beslissing van de bindend adviseur meer en beter gemotiveerd dient te worden. Omgekeerd geldt dat, naarmate de opdracht meer het karakter heeft dat de bindend adviseur een niet (volledig) bepaald element van de rechtsverhouding tussen partijen dient vast te stellen, en het gevraagde oordeel meer op intuïtief inzicht berust, aan dat oordeel lagere motiveringseisen kunnen worden gesteld. In het onderhavige geval hield de opdracht aan de bindend adviseur in dat hij de waarde van de aandelen in Society Sports diende vast te stellen. Van een louter intuïtief oordeel was dan ook geen sprake. De bindend adviseur diende daarom voldoende inzicht te geven in zijn gedachtegang bij de opstelling van zijn advies, temeer daar het voor hem duidelijk was dat partijen verschillende opvattingen hadden over de waarde van de aandelen en hoe die berekend diende te worden. Anderzijds brengt dit nog niet mee dat hij met betrekking tot elk partijstandpunt, waar hij het niet mee eens is of dat volgens hem niet terzake doet, motiveert waarom hij dat niet volgt. Tegen deze achtergrond heeft de bindend adviseur naar het oordeel van de rechtbank voldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang. Hij is op gemaakte opmerkingen van partijen naar aanleiding van zijn concept advies voldoende ingegaan in de definitieve versie, die ook overigens voldoende inzicht biedt in de door de bindend adviseur gevolgde gedachtegang. Het concept is bovendien ook gewijzigd (mede) naar aanleiding van door Boreft gemaakte opmerkingen, waarbij de waarde die aan de aandelen van Boreft is toegekend in de definitieve versie hoger is dan in het concept rapport, te weten € 181.000,00 in plaats van € 169.000,00. Ook heeft de bindend adviseur ten behoeve van de voortgezette comparitie op 18 februari 2015 zowel schriftelijk als mondeling een nadere toelichting gegeven op het bindend advies. Een (zoals in dit geval, gedegen) nadere toelichting door een bindend adviseur op een door hem gegeven zuiver bindend advies kan wel degelijk bijdragen aan het oordeel dat gebondenheid aan dat advies (alsnog) aanvaardbaar is naar maatstaven ven redelijkheid en billijkheid.
Van aanwijzingen dat de bindend adviseur buiten zijn opdracht zou zijn getreden, is niet gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de wijze van totstandkoming van het bindend advies geen grond geeft voor vernietiging daarvan. Derhalve zal hieronder worden beoordeeld of de inhoudelijke bezwaren tot vernietiging van het bindend advies moeten leiden.
Inhoud van het bindend advies
In het kader van de hiervoor in 4.1 weergegeven door de rechtbank uit te voeren marginale toets heeft zij, na de stukken te hebben gelezen en partijen ten tijde van de comparitie te hebben gehoord, ter comparitie van 23 september 2014 geconstateerd dat het bindend advies op een aantal onderwerpen onduidelijkheden bevatte en dat aan partijen meegedeeld. Ten aanzien van die onderwerpen had de rechtbank behoefte aan een nadere toelichting door de bindend adviseur. Met dat doel is op 18 februari 2015 de voortzetting van de comparitie gehouden, ter gelegenheid waarvan de bindend adviseur, mede aan de hand van een door hem vóór de zitting opgesteld en aan de rechtbank en partijen toegezonden schriftelijk stuk, vragen heeft beantwoord. Dit heeft ertoe geleid dat de rechtbank, indachtig voornoemde maatstaf, zich thans in staat acht de inhoudelijke bezwaren tegen het bindend advies te beoordelen. Daarbij wordt voorop gesteld dat het bindend advies als geheel moet worden beoordeeld. Anders dan Boreft stelt, volgt uit het marginale toetsingskader niet dat uitsluitend acht moet worden geslagen op de onderdelen van het bindend advies waarin tot een voor Boreft nadelige uitkomst is gekomen. Ook dienen daarbij aspecten in aanmerking te worden genomen die voor die partij voordelig zijn uitgepakt. In het hierna volgende zullen de door Boreft aangevoerde onderwerpen ten aanzien waarvan het bindend advies volgens haar inhoudelijk onjuist is, afzonderlijk worden beoordeeld.
Klantenbonus
Volgens Boreft heeft de bindend adviseur een methodische fout gemaakt bij de berekening van de klantenbonus, doorat deze bepaalde kosten dubbel heeft afgetrokken bij zijn berekening van de (geprognosticeerde) winst over 2012 en daarop volgende jaren. Het aanvankelijk door Boreft ingenomen standpunt dat bij de berekening ook van een onjuiste prijs zou zijn uitgegaan, heeft zij laten varen, zodat een beoordeling hiervan achterwege kan blijven. Aldus rest nog de vraag of sprake is geweest van een dubbeltelling. De rechtbank is van oordeel dat de bindend adviseur ter comparitie voldoende begrijpelijk heeft toegelicht dat – ook indien over het hoofd is gezien dat in 2011 de omzet werd gepresenteerd nadat de klantenbonus was afgetrokken – dit niet tot een andersluidende waarde had geleid. Bij de bepaling van de omzet is ook gekeken naar de marktontwikkelingen en is van een winstverbetering uitgegaan in vergelijking met de voorafgaande periode. Dat uit de jaarcijfers van een van de aandeelhouders een nog hoger resultaat van de onderneming zou blijken (zie hiervoor onder 2.21), maakt dit niet anders. Society Sports B.V. c.s. erkennen ook dat de werkelijke cijfers over het boekjaar 2011 beter zijn gebleken dan waarvan de bindend adviseur bij zijn advies is uitgegaan. Van belang is echter slechts de vraag of de bindend adviseur ten tijde van het opstellen van zijn advies redelijkerwijs niet tot zijn waardering had kunnen komen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan – indachtig de marges waarbinnen een dergelijke waardebepaling plaatsvindt, met een zeker voorspellend karakter – niet gebleken. De bindend adviseur heeft ook voldoende toegelicht dat hij geen extrapolatie heeft toegepast op basis van 2011, zoals door Boreft was aangevoerd. Ten aanzien van de zijdens Boreft ingenomen stelling dat bij een juiste verwerking van de klantenbonussen sprake zou zijn geweest van een omzetstijging van 6,7% in plaats van het door de bindend adviseur gehanteerde percentage van 2,5%, heeft de bindend adviseur voldoende toegelicht dat, ofschoon hij een omzetstijging van 2,5% (en niet 6,7%) heeft getoetst aan de markt, het verschil tussen die beide percentages niet dermate groot is dat hij – in het kader van de door hem toe te passen marginale vergelijking – tot een andere waardering zou zijn gekomen. Gelet op het voorgaande biedt het bindend advies wat betreft dit onderwerp geen aanleiding tot vernietiging.
Omzet over 2011 geheel en over december 2011 te laag vastgesteld.
Tussen partijen is niet in geschil dat bij de berekening van de omzet over 2011 is uitgegaan van verwachtingen, aangezien er nog geen definitieve cijfers beschikbaar waren. Evenmin is in geschil dat het de bindend adviseur in beginsel vrij staat bij de waardering keuzes te maken ten aanzien van de wijze van die berekening. De bindend adviseur heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende overtuigend toegelicht waarom hij tot de keuze is gekomen om bij de berekening van de omzet uit te gaan van het gehele kalenderjaar 2011, waarbij goede –zoals de dagen vóór Kerst- en slechte omzetdagen zijn meegenomen. Dat in aanmerking nemend, verschillen de door Boreft gepresenteerde omzet in de laatste drie weken van december van voorgaande jaren en de door de bindend adviseur gehanteerde omzet in de laatste 3 weken van 2011 niet significant van elkaar en in ieder geval onvoldoende om tot vernietiging van het bindend advies te kunnen komen. Dit heeft tot gevolg dat ook ten aanzien van dit bezwaar er geen sprake is van een gerechtvaardigde grond voor vernietiging. Ook overigens is niet gebleken dat de omzet over 2011 door de bindend adviseur te laag is vastgesteld. Dat uit cijfers die zijn verschenen na de totstandkoming van het bindend advies een hogere omzet blijkt is, zoals al overwogen, niet van doorslaggevend belang.
Investeringen vastgoed
Ten aanzien van de stelling van Boreft dat de bindend adviseur ten onrechte is uitgegaan van te hoge investeringskosten, overweegt de rechtbank als volgt. Als onbetwist staat vast dat sprake was van een investeringsachterstand bij Society Sports. Daar komt bij dat de bindend adviseur, anders dan Boreft stelt, wel degelijk rekening heeft gehouden met zeventien in plaats van twintig filialen, hetgeen blijkt uit de tekst van het definitieve bindend advies onder het kopje “Investeringen in materiële vaste activa”, waar in het concept rapport nog werd uitgegaan van twintig filialen (zie hiervoor respectievelijk onder 2.11 en 2.18). Ook heeft de bindend adviseur toegelicht dat hij is uitgegaan van een vierkante meterprijs van € 750,00 hetgeen lager is dan de door Boreft zelf redelijk geachte € 800,00. Dat Boreft de investeringskosten desondanks lager inschat, maakt nog niet dat hier sprake is van een situatie waarin het onaanvaardbaar zou zijn om Boreft aan het door de bindend adviseur gehanteerde bedrag aan investeringskosten te houden. Het voorgaande in aanmerking genomen bieden de stellingen van Boreft over dit onderwerp evenmin aanleiding tot vernietiging van het bindend advies.
Voorgenomen sluitingen vestigingen
Boreft stelt voorts dat de bindend adviseur ten onrechte rekening heeft gehouden met de voorgenomen sluitingen van vestigingen, omdat deze vestigingen uiteindelijk niet zijn gesloten. De bindend adviseur is daarbij afgegaan op onjuiste informatie van de zijde van Society Sports B.V. c.s., aldus Boreft. De rechtbank volgt Boreft niet in die stelling. Boreft heeft onvoldoende onderbouwd waarom de bindend adviseur te dien aanzien niet mocht afgaan op informatie van de directie van Society Sports. In het licht van het gemotiveerde verweer van Society Sports B.V. c.s., onder meer inhoudende dat het ten tijde van het opstellen van het bindend advies zeer aannemelijk was dat de betreffende filialen zouden worden gesloten, valt niet in te zien waarom de bindend adviseur niet op die informatie mocht vertrouwen. Dat de filialen uiteindelijk (nog) niet zijn gesloten, doet hieraan niet af. Deze bezwaren van Boreft treffen daarom evenmin doel.
Onjuiste disconteringsfactor
Ten aanzien van het ten tijde van de comparitie van partijen door Boreft geformuleerde bezwaar tegen het bindend advies, inhoudende dat een onjuiste disconteringsfactor is gehanteerd, wordt als volgt overwogen. In het licht van het verweer van Society Sports B.V. c.s. dat zij hierop onvoldoende heeft kunnen reageren en de omstandigheid dat niet is toegelicht wat de reden voor Boreft is geweest om dit bezwaar niet reeds in de dagvaarding op te nemen, is de rechtbank van oordeel dat het in strijd is met de goede procesorde om deze aanvulling van de grondslag in dit stadium nog toe te laten. De rechtbank zal dit bezwaar derhalve buiten beschouwing laten.
Conclusie
De rechtbank benadrukt dat het vaststellen van de waarde van aandelen geen exacte wetenschap is en dat bij de waardering van een vennootschap vele keuzes moeten worden gemaakt, waarover verschillend gedacht kan worden. Het is ook met dat gegeven in het achterhoofd dat een bindend adviseur is benoemd om de aandelen te waarderen. Alles overziend komt de rechtbank tot de conclusie dat noch de formele, noch de materiële bezwaren die Boreft tegen het bindend advies heeft aangevoerd als zodanig ernstige gebreken moeten worden aangemerkt, dat partijen aan het advies niet kunnen worden gehouden. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde vernietiging van het bindend advies wordt afgewezen. Het bindend advies en de daarin vastgestelde waarde van de aandelen blijft derhalve in stand, hetgeen de grondslag aan de overige vorderingen eveneens doet ontvallen.
Boreft zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Society Sports B.V. c.s. begroot op:
griffierecht: € 3.715,00
salaris advocaat: € 8.027,50 (2,5 punten x tarief VIII)
Totaal: € 11.742,50
De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen, zoals hierna in de beslissing vermeld.
in reconventie
Met het afwijzen van de vorderingen in conventie is in beginsel ook de grondslag voor de door Boreft ten laste van [gedaagde sub 3], Jusoma, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] gelegde conservatoire beslagen komen te vervallen. Een afweging van de belangen noopt niet tot handhaving van het beslag, met als gevolg dat de gevorderde opheffing van de beslagen zal worden toegewezen.
Boreft zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Society Sports B.V. c.s. begroot op € 452,00 (2 halve punten x tarief € 452,00).
5 De beslissing
De rechtbank
In conventie
wijst het gevorderde af;
veroordeelt Boreft in de kosten van de procedure, aan de zijde van Society Sports B.V. c.s. tot op heden begroot op € 11.742,50, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen 14 dagen na dit vonnis;
In reconventie
heft op de door Boreft ten laste van [gedaagde sub 3], Jusoma, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] gelegde conservatoire beslagen op alle aandelen op naam van Jusoma, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] in Society Sports;
veroordeelt Boreft in de kosten van de procedure, aan de zijde van Society Sports B.V. c.s. tot op heden begroot op € 452,00, te vermeerderen met wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen 14 dagen na dit vonnis;
In conventie en reconventie
veroordeelt Boreft in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 205,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Boreft niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten, met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 5.2 tot en met 5.5 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, mr. J. Kloosterhuis en mr. D.J. Markx, rechters, bijgestaan door mr. J.M. Sodderland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2015.[_c2caad15-aa77-49b3-87ad-b59a3a79577e]
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.