Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Amsterdam, 12 juli 2000

ECLI:NL:RBAMS:2000:AF0029Zaaknummer 00.600 + 00.601

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12 juli 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00.600 + 00.601
Rechtsgebied
Civiel recht, Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hond van verzoekers heeft kind doodgebeten; schadevergoedingsplicht is geen afwijzingsgrond voor toelating. Hoge kosten voor huisdieren (twee honden, acht katten en een papegaai) worden uit het vrij te laten bedrag betaald.

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. T.G. van der Schroeff, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

afwijzing toepassing schuldsanering

rekestnummers: 198002 en 198019/FT-RK 00.600 en 00.601

nummer verklaring: AMS0910000190

Arrondissementsrechtbank te Amsterdam,

Tweede enkelvoudige enkelvoudige kamer

X. en Y. beiden wonende te P.,

verzoekers,

hebben op 16 mei 2000 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De behandeling van de verzoeken heeft plaatsgevonden ter terechtzittingen van 26 juni 2000 en 10 juli 2000.

Uit de stukken en het behandelde ter zitting is het navolgende gebleken.

Verzoekers hebben een schuldenlast van f 103.640,92, waaronder een schuld terzake van schadevergoeding. Deze schuld is ontstaan omdat in 1999 een hond van verzoekers een kind heeft doodgebeten. Voor dit feit is verzoekster Y. in februari 2000 strafrechtelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken. Bij uitspraak van 29 juni 1999 zijn verzoekers in een civiele procedure veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van f 10.000,- aan de ouders van het omgekomen kind, van welk bedrag inmiddels f 2.500,- is betaald. Voorts hebben verzoekers een aantal schulden ten bedrage van f 4.000,- die voortvloeien uit levensonderhoud en verzorging van een tweetal honden, een aantal katten en een papegaai. De huidige kosten voor deze dieren schatten verzoekers op ongeveer f 400,- per maand. Zij zijn niet bereid de kosten voor de dieren te saneren en hebben voorgesteld deze kosten te betalen uit het vrij te laten bedrag dat hen ter beschikking zal worden gesteld.

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient te worden afgewezen.

Hieromtrent wordt overwogen dat de aard en de omvang van de kosten die voorvloeien uit het incident met de hond van verzoekers het onwenselijk maken dat deze niet langer afdwingbaar zouden zijn. Voorts bestaat er gegronde vrees dat verzoekers hun uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zullen nakomen gezien hun betaalgedrag ten aanzien van de kosten van de huisdieren en het bestedingspatroon dat zij ten aanzien van deze huisdieren in het vooruitzicht stellen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. T.G. van der Schroeff, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.