Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Alkmaar, 14 mei 2012
ECLI:NL:RBALK:2012:BX5741Zaaknummer 399299 EJ VERZ 12-36
- Instantie
- Rechtbank Alkmaar
- Datum uitspraak
- 14 mei 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 399299 EJ VERZ 12-36
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het verzoek strekkende tot het verlenen van een machtiging om de inschrijver en begunstiging van het Koersplan te wijzigen wordt afgewezen.
Volledige tekst
RECHTBANK ALKMAAR
Sector Kanton - locatie Hoorn
Zaaknr/repnr.: 399299 EJ VERZ 12-36
Uitspraakdatum: 14 mei 2012
Beschikking machtiging
De kantonrechter te Hoorn.
Gezien het verzoek van [verzoeker 1], wonende te [adres] en [verzoeker 2], ouders van de minderjarige:
[minderjarige], geboren te Hoorn op [datum]
strekkende tot het verlenen van een machtiging om de inschrijver en begunstiging van het Koersplan met nummer [nummer] te wijzigen.
Gezien de nadere toelichting van [vader] zoals gegeven in zijn brief d.d. 16 april 2012,
Overweegt
Verzoekers hebben aangevoerd dat het Koersplan door de vader van de minderjarige is aangegaan en betaald ten behoeve van de studie van de minderjarige. De overeenkomst komt tot uitkering als de minderjarige 16 jaar oud is en zal dan worden gestort op een rekening met, totdat de minderjarige 18 jaar oud is, een BEM-clausule. Vanwege de studiekeuze van de minderjarige is de verwachting dat de uitkering al vanaf haar 16 jaar nodig is. De ouders zijn gescheiden. Om de uitkering te zijner tijd op een juiste manier te kunnen benutten, is het van belang dat een van de ouder, vader, de zeggenschap over de uitkering heeft, aldus verzoekers.
De kantonrechter overweegt dat er op dit moment geen belang is de tenaamstelling en begunstigde van het Koersplan te wijzigen. Deze komt immers pas op 15 april 2015 tot uitkering.
Daar komt bij dat de voorgenomen wijziging ook overigens niet in het belang van de minderjarige is. Het Koersplan is immers afgesloten ten behoeve van de bekostiging van haar studie. Hoewel er thans geen reden is te twijfelen aan de goede bedoelingen van de ouders, zou wijziging van de tenaamstelling van het Koersplan ertoe kunnen leiden dat de uitkering uiteindelijk niet aan de minderjarige ten goede komt. De kantonrechter ziet niet in waarom een eventuele uitkering aan de minderjarige tot problemen zou leiden. Dit te meer omdat de ouders dan machtiging kunnen vragen de uitkering of een deel daarvan te gebruiken.
Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Beschikt:
De kantonrechter:
wijst het verzoek tot machtiging af.
Gegeven op 14 mei 2012 door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.