Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Alkmaar, 18 mei 2011
ECLI:NL:RBALK:2011:BQ8464Zaaknummer 360702 CV EXPL 11-1210
- Instantie
- Rechtbank Alkmaar
- Datum uitspraak
- 18 mei 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 360702 CV EXPL 11-1210
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verstekzaak. Op de kantonrechter rust de verplichting om de toepasselijke algemene voorwaarden ambtshalve te toetsen op onredelijk bezwarende bedingen. Eisende partij is in de gelegenheid gesteld bij akte haar vordering nader toe te lichten. Eisende partij heeft bij akte aangegeven dat zij de schadevergoeding die zij vordert wegens voortijdige beëindiging van het telefoonabonnement, beperkt heeft tot 75% van de vaste abonnementsinkomsten over de resterende contractsduur. De vordering wordt toegewezen. De kosten voor de akte blijven voor rekening van eisende partij.
De beslissing
De kantonrechter:
Veroordeelt gedaagde partij om tegen kwijting aan eisende partij te betalen € 396,06, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 305,68 vanaf 28 januari 2011 tot de dag der voldoening.
Veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van eisende partij begroot op:
€ 83,31 wegens explootkosten,
€ 106,00 wegens vastrecht en
€ 60,00 wegens salaris gemachtigde.
Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door H.A. van den Berg, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.
De griffier, De kantonrechter,
Volledige tekst
RECHTBANK ALKMAAR
Sector Kanton - locatie Alkmaar
Zaaknr/rolnr.: 360702 CV EXPL 11-1210
Uitspraakdatum: 18 mei 2011
Verstekvonnis in de zaak van
de besloten vennootschap
Intrum Justitia Nederland B.V.
gevestigd te 's-Gravenhage
gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders te Leiden
eisende partij
tegen
[naam]
wonende [adres]
gedaagde partij
tegen wie heden verstek is verleend.
Het verloop van de procedure
Intrum Justitia heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding van 9 februari 2011 op de daarin vermelde gronden. [gedaagde] is niet verschenen en tegen hem is verstek verleend.
Intrum Justitia is in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen te verstrekken en heeft daartoe een akte genomen, waarbij nog een productie in het geding is gebracht.
De beoordeling van het geschil
1.De kantonrechter moet op grond van de wet toetsen of de vordering niet in strijd komt met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden de vordering kunnen dragen.
In aanmerking wordt genomen dat op de kantonrechter op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie EG (o.a. 4 juni 2009, C-243/08) de verplichting rust om de toepasselijke algemene voorwaarden ambtshalve te toetsen op onredelijk bezwarende bedingen. Vanwege bovenstaande is Intrum Justitia in de gelegenheid gesteld, bij akte haar vordering nader toe te lichten. Intrum Justitia heeft in haar akte aangegeven dat zij de schadevergoeding die zij vordert wegens de voortijdige beëindiging van het telefoonabonnement, beperkt heeft tot 75% van de vaste abonnementsinkomsten over de resterende contractsduur. Deze schadevergoeding komt de kantonrechter, gelet op de deze beperking tot 75% niet onredelijk voor.
2.Dat betekent dat de vordering (ook voor het overige) als niet ongegrond of onrechtmatig wordt toegewezen zoals hierna te melden.
3.De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. De kosten voor de akte blijven echter voor rekening van Intrum Justitia.
De beslissing
De kantonrechter:
Veroordeelt gedaagde partij om tegen kwijting aan eisende partij te betalen € 396,06, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 305,68 vanaf 28 januari 2011 tot de dag der voldoening.
Veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van eisende partij begroot op:
€ 83,31 wegens explootkosten,
€ 106,00 wegens vastrecht en
€ 60,00 wegens salaris gemachtigde.
Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door H.A. van den Berg, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.
De griffier, De kantonrechter,
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.