Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 16 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:932Zaaknummer 23/04311
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 16 september 2025
- Publicatiedatum
- 16 september 2025
- Zaaknummer
- 23/04311
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Samenhangende peek met de zaak 23/04259.
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte
1 Inleiding
De verdachte is bij arrest van 30 oktober 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden (parketnummer 21-003514-21), wegens
- onder 1 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”;
- onder 2 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van de categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd”;
- onder 3 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het verhandelen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 4 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het overdragen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 5:
o met betrekking tot de Zastava’s, de Gorenje en de Norico: “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de Tokarev en de Zoraki: “medeplegen en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de munitie “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”;
- onder 6 “medeplegen van mishandeling” en “medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”;
- en onder 7 “medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen”,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof kogelgeweren, patroonhouders en munitie onttrokken aan het verkeer en de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen en de verdachte ten aanzien daarvan een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Er bestaat samenhang met de zaak 23/04259. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
2 De ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 22 april 2024 betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
3 Slotsom
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04311
Zitting 16 september 2025
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte
1 Inleiding
De verdachte is bij arrest van 30 oktober 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden (parketnummer 21-003514-21), wegens
- onder 1 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”;
- onder 2 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van de categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd”;
- onder 3 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het verhandelen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 4 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het overdragen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 5:
o met betrekking tot de Zastava’s, de Gorenje en de Norico: “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de Tokarev en de Zoraki: “medeplegen en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de munitie “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”;
- onder 6 “medeplegen van mishandeling” en “medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”;
- en onder 7 “medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen”,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof kogelgeweren, patroonhouders en munitie onttrokken aan het verkeer en de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen en de verdachte ten aanzien daarvan een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Er bestaat samenhang met de zaak 23/04259. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
2 De ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 22 april 2024 betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
3 Slotsom
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2025:1869 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2025:1869 Hoge Raad, 9 december 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.