Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2025

ECLI:NL:PHR:2025:633Zaaknummer 23/04856

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10 juni 2025
Publicatiedatum
8 juli 2025
Zaaknummer
23/04856
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Geen beroep in cassatie mogelijk, omdat het veroordeling wegens overtreding betreft, waarvoor hof met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel heeft opgelegd (art. 427 lid 2 onder a Sv). Kwalificatie als misdrijf betreft kennelijke vergissing en maakt dat niet anders. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van beroep.

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Inleiding

1.1

De verdachte is bij arrest van 8 december 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens onder 1 "overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (145 microgram)" en onder 3 “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld. Het hof heeft met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd.

1.2

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep beperkt tot “de veroordeling van feit 3”.[_91f79520-c10b-4239-b4cf-88d75385a843] M.C. van der Want, advocaat in Middelburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

“hij op 6 september 2012 te Middelburg aanwezig heeft gehad ongeveer 97,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.”

2.2

De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte ongeveer 97,3 gram, maar in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hasj aanwezig heeft gehad. Bewezenverklaard is niet dat de verdachte dit opzettelijk zou hebben gedaan. Dit is ook niet aan de verdachte tenlastegelegd. Gelet op art. 11 lid 1 in samenhang met art. 13 lid 1 van de Opiumwet gaat het hier dus om een overtreding, en niet om een misdrijf.[_225e3ed6-1bfc-4bb4-90a2-0f94d254e073] Het hof heeft ter zake van het onder (1 en) 3 bewezenverklaarde toepassing gegeven aan art. 9a Sr en geen straf of maatregel opgelegd.

2.3

Op grond van artikel 427 lid 2 Sv staat voor de verdachte geen cassatieberoep open tegen arresten betreffende overtredingen indien met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel is opgelegd. De Hoge Raad kan het beperkt ingestelde cassatieberoep daarom niet in behandeling nemen.[_33d3726a-1ee4-4bb5-820e-ee55e5a09931] Dat het hof het bewezenverklaarde door een kennelijke vergissing heeft gekwalificeerd als een misdrijf, maakt dat niet anders.[_1a5c49ad-d93a-4441-9d39-26fab3c6deb2]

3 Slotsom

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Inleiding
  2. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
  3. 3 Slotsom

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/04856

Zitting 10 juni 2025

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Inleiding

1.1

De verdachte is bij arrest van 8 december 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens onder 1 "overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (145 microgram)" en onder 3 “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld. Het hof heeft met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd.

1.2

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep beperkt tot “de veroordeling van feit 3”.[_91f79520-c10b-4239-b4cf-88d75385a843] M.C. van der Want, advocaat in Middelburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

“hij op 6 september 2012 te Middelburg aanwezig heeft gehad ongeveer 97,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.”

2.2

De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte ongeveer 97,3 gram, maar in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hasj aanwezig heeft gehad. Bewezenverklaard is niet dat de verdachte dit opzettelijk zou hebben gedaan. Dit is ook niet aan de verdachte tenlastegelegd. Gelet op art. 11 lid 1 in samenhang met art. 13 lid 1 van de Opiumwet gaat het hier dus om een overtreding, en niet om een misdrijf.[_225e3ed6-1bfc-4bb4-90a2-0f94d254e073] Het hof heeft ter zake van het onder (1 en) 3 bewezenverklaarde toepassing gegeven aan art. 9a Sr en geen straf of maatregel opgelegd.

2.3

Op grond van artikel 427 lid 2 Sv staat voor de verdachte geen cassatieberoep open tegen arresten betreffende overtredingen indien met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel is opgelegd. De Hoge Raad kan het beperkt ingestelde cassatieberoep daarom niet in behandeling nemen.[_33d3726a-1ee4-4bb5-820e-ee55e5a09931] Dat het hof het bewezenverklaarde door een kennelijke vergissing heeft gekwalificeerd als een misdrijf, maakt dat niet anders.[_1a5c49ad-d93a-4441-9d39-26fab3c6deb2]

3 Slotsom

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.