Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2025

ECLI:NL:PHR:2025:1156Zaaknummer 23/01700

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
4 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
23/01700
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Profijtontneming. Peek. Namens betrokkene is niet binnen twee maanden na betekening van aanzegging cassatieschriftuur ingediend. Betrokkene is n-o in cassatieberoep (art. 435 lid 1 jo. 437 lid 2 jo. 511h Sv). Hangt samen met 23/01699 (de strafzaak).

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[betrokkene],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de betrokkene.

1 Inleiding

1.1

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 19 april 2023 het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2021 onder aanvulling van gronden bevestigd. Bij dit vonnis is aan de betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van € 55.000,- opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

1.2

Er bestaat samenhang met de zaak 23/01699 (de strafzaak tegen de verdachte). In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

1.3

Namens de betrokkene is cassatieberoep ingesteld.

2 Ontvankelijkheid cassatieberoep

2.1

De aanzegging is op 16 november 2023 in persoon aan de verdachte betekend. Vervolgens is niet binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging namens de betrokkene een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een advocaat, hetgeen op grond van art. 435 lid 1 jo. 437 lid 2 jo. 511h Sv tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep leidt.

3 Slotsom

3.1

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Inleiding
  2. 2 Ontvankelijkheid cassatieberoep
  3. 3 Slotsom

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/01700 P

Zitting 4 november 2025

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[betrokkene],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de betrokkene.

1 Inleiding

1.1

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 19 april 2023 het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2021 onder aanvulling van gronden bevestigd. Bij dit vonnis is aan de betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van € 55.000,- opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

1.2

Er bestaat samenhang met de zaak 23/01699 (de strafzaak tegen de verdachte). In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

1.3

Namens de betrokkene is cassatieberoep ingesteld.

2 Ontvankelijkheid cassatieberoep

2.1

De aanzegging is op 16 november 2023 in persoon aan de verdachte betekend. Vervolgens is niet binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging namens de betrokkene een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een advocaat, hetgeen op grond van art. 435 lid 1 jo. 437 lid 2 jo. 511h Sv tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep leidt.

3 Slotsom

3.1

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.