Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2024
ECLI:NL:PHR:2024:522Zaaknummer 22/00898
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 14 mei 2024
- Publicatiedatum
- 16 mei 2024
- Zaaknummer
- 22/00898
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Profijtontneming. Samenhang 22/00899. Verdachte is een (ontbonden) maatschap. Op de gronden als vermeld in de samenhangende strafzaak 22/00899 strekt de conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de betrokkene.
1. De verdachte is bij arrest van 9 maart 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Het cassatieberoep is bij akte van 15 maart 2022 ingesteld door de griffier bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nadat deze daartoe op 14 maart 2022 (en dus tijdig) “namens de [betrokkene ]” bepaaldelijk was gevolmachtigd door K.J. Breedijk, advocaat te Tilburg, optredend als advocaat van de maten [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. Bij schriftuur heeft mr. Breedijk één middel van cassatie voorgesteld.
3. Mr. Breedijk heeft te kennen gegeven dat het in deze ontnemingszaak én in de strafzaak (die bij de Hoge Raad bekend is onder nummer 22/00899) om dezelfde kwestie gaat en dat beide zaken om die reden in één schriftuur worden behandeld. In deze strafzaak zal ik vandaag ook concluderen.
4. Ik volsta met mutatis mutandis te verwijzen naar de in de strafzaak vaststaande feiten en naar de door mij aldaar weergegeven beschouwingen.
5. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/00898 P
Zitting 14 mei 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de betrokkene.
1. De verdachte is bij arrest van 9 maart 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Het cassatieberoep is bij akte van 15 maart 2022 ingesteld door de griffier bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nadat deze daartoe op 14 maart 2022 (en dus tijdig) “namens de [betrokkene ]” bepaaldelijk was gevolmachtigd door K.J. Breedijk, advocaat te Tilburg, optredend als advocaat van de maten [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. Bij schriftuur heeft mr. Breedijk één middel van cassatie voorgesteld.
3. Mr. Breedijk heeft te kennen gegeven dat het in deze ontnemingszaak én in de strafzaak (die bij de Hoge Raad bekend is onder nummer 22/00899) om dezelfde kwestie gaat en dat beide zaken om die reden in één schriftuur worden behandeld. In deze strafzaak zal ik vandaag ook concluderen.
4. Ik volsta met mutatis mutandis te verwijzen naar de in de strafzaak vaststaande feiten en naar de door mij aldaar weergegeven beschouwingen.
5. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2024:904 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2024:904 Hoge Raad, 9 juli 2024 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.