Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2023

ECLI:NL:PHR:2023:936Zaaknummer 21/05339

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
6 juni 2023
Publicatiedatum
18 oktober 2023
Zaaknummer
21/05339
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Diamantroof op Schiphol in 2005. Geen middelen ingediend. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. Samenhang met 21/05232, 21/05226, 21/05218 en 21/05272.

CONCLUSIE

A.E. Harteveld

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte

  • De verdachte is bij arrest van 17 december 2021 door het gerechtshof Amsterdam wegens onder 2 primair “poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 43 maanden.
  • Er bestaat samenhang met de zaken 21/05232, 21/05226, 21/05218 en 21/05272. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
  • Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
  • Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
  • Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCUREUR-GENERAAL
  2. BIJ DE
  3. CONCLUSIE
  4. AG

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 21/05339

Zitting 6 juni 2023

CONCLUSIE

A.E. Harteveld

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte

  • De verdachte is bij arrest van 17 december 2021 door het gerechtshof Amsterdam wegens onder 2 primair “poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 43 maanden.
  • Er bestaat samenhang met de zaken 21/05232, 21/05226, 21/05218 en 21/05272. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
  • Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
  • Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
  • Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.