Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:11Zaaknummer 21/01677
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 10 januari 2023
- Publicatiedatum
- 21 februari 2023
- Zaaknummer
- 21/01677
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over de betekenening van de oproeping in hoger beroep en over de afwijzing van het aanhoudingsverzoek (schending aanwezigheidsrecht). De middelen worden besproken in de samenhangende strafzaak, 21-01678. Conclusie strekt tot verwerping.
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 14 april 2021 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 9.500,00 en – na aftrek van het onder de betrokkene in beslag genomen en verbeurdverklaarde geldbedrag van € 4.760,00 – aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van het bedrag van € 4.740,00.
2. Er bestaat samenhang met de strafzaak 21/01678. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
4. Beide voorgestelde middelen zijn inhoudelijk identiek aan de twee middelen die in de samenhangende strafzaak zijn voorgesteld. Derhalve verwijs ik voor de inhoudelijke bespreking van de middelen in deze ontnemingszaak naar de conclusie in de strafzaak.
5. Beide middelen falen.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/01677 P
Zitting 10 januari 2023
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 14 april 2021 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 9.500,00 en – na aftrek van het onder de betrokkene in beslag genomen en verbeurdverklaarde geldbedrag van € 4.760,00 – aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van het bedrag van € 4.740,00.
2. Er bestaat samenhang met de strafzaak 21/01678. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
4. Beide voorgestelde middelen zijn inhoudelijk identiek aan de twee middelen die in de samenhangende strafzaak zijn voorgesteld. Derhalve verwijs ik voor de inhoudelijke bespreking van de middelen in deze ontnemingszaak naar de conclusie in de strafzaak.
5. Beide middelen falen.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2023:259 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2023:259 Hoge Raad, 21 februari 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.