Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 15 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:563Zaaknummer 15/03278
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 15 juni 2021
- Publicatiedatum
- 16 juni 2021
- Zaaknummer
- 15/03278
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Beklag ex art. 552a Sv over beslag ex art. 94 Sv. A-G concludeert ambtshalve tot cassatie nu p-v behandeling in raadkamer bij de rechtbank in het ongerede is geraakt. Samenhang met 15/03277.
3 Conclusie
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag opdat het klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 15/03278 B
Zitting 15 juni 2021
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.
1 Het cassatieberoep
De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 7 juli 2015 het klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave van een auto die onder hem in beslag is genomen, ongegrond verklaard.
Er bestaat samenhang met de zaak 15/03277. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen de motivering van het oordeel van de rechtbank.
2 Ambtshalve beoordeling van de beschikking
Uit de beschikking van de rechtbank blijkt dat het klaagschrift op 23 juni 2015 in raadkamer is behandeld.
Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich slechts de bestreden beschikking, de akte cassatie en naar aanleiding van herhaalde verzoeken van de zijde van de Hoge Raad, een brief van de rechtbank waaruit moet worden opgemaakt dat de (overige) processtukken in het ongerede zijn geraakt. Daardoor is (ook) niet meer vast te stellen òf er wel een proces-verbaal van de behandeling in raadkamer is opgemaakt.
Over het ontbreken bij de stukken van het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer wordt in cassatie niet geklaagd.
Volgens art. 25 lid 1 Sv, moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat tevens voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken. Het is vaste rechtspraak dat het ontbreken van een dergelijk proces-verbaal betrekking heeft op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt, waartoe de Hoge Raad ook ambtshalve kan besluiten.[_b751b18d-f008-4eb3-a924-edfb3e211cec]Dit klemt te meer, nu in het onderhavige geval het ontbreken van het proces-verbaal tot gevolg heeft dat het in cassatie voorgestelde middel niet naar behoren kan worden onderzocht.
3 Conclusie
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag opdat het klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2021:1248 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2021:1248 Hoge Raad, 14 september 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.