Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2021
ECLI:NL:PHR:2021:418Zaaknummer 19/02888
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 9 maart 2021
- Publicatiedatum
- 20 april 2021
- Zaaknummer
- 19/02888
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Betrokkene n-o, geen middelen ingediend. Samenhang met vier andere zaken.
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 3 juni 2019 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 32.050,00 en de verplichting tot betaling van een bedrag aan de staat op nihil gesteld.
2. Er bestaat samenhang met de strafzaak tegen de betrokkene (19/02887) alsmede met de straf- en ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/02826, 19/02828 P en 19/02889). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/02888 P
Zitting 9 maart 2021
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 3 juni 2019 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 32.050,00 en de verplichting tot betaling van een bedrag aan de staat op nihil gesteld.
2. Er bestaat samenhang met de strafzaak tegen de betrokkene (19/02887) alsmede met de straf- en ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/02826, 19/02828 P en 19/02889). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2021:638 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2021:638 Hoge Raad, 20 april 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.