Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2019
ECLI:NL:PHR:2019:879Zaaknummer 17/03255
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 4 juni 2019
- Publicatiedatum
- 10 september 2019
- Zaaknummer
- 17/03255
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/03238, 17/03719, 17/03721, 17/03860, 17/03861 en 17/05519.
Volledige tekst
| Nr. 17/03255 Zitting: 4 juni 2019 | Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] |
- De verdachte is bij arrest van 21 juni 2017 door het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens 1. “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”, 2. “medeplegen van valsheid in geschrift” en 4. “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
- De onderhavige zaak hangt samen met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 2] (17/03238), [medeverdachte 3] (17/03719), [medeverdachte 4] (17/03721), [medeverdachte 5] (17/03860), [medeverdachte 1] (17/03861) en [medeverdachte 6] (17/05519). In deze zaken concludeer ik vandaag eveneens.
- Tegen genoemd arrest is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
- De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 26 oktober 2018 op rechtsgeldige wijze in persoon aan de verdachte betekend. Mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, heeft zich in cassatie als raadsman van de verdachte gesteld en is tijdig, bij brief van 1 november 2018, van de aanzegging van zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 27 december 2018. Er is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
- Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
- Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2019:1301 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2019:1301 Hoge Raad, 10 september 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.