Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2018

ECLI:NL:PHR:2018:978Zaaknummer 17/01479

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12 juni 2018
Publicatiedatum
11 september 2018
Zaaknummer
17/01479
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Gekwalificeerde diefstal, art. 312 en 43a Sr. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 16/01310 en 16/02519.

Volledige tekst

Nr. 17/01479 Zitting: 12 juni 2018Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte]

1. De verdachte is bij arrest van 4 maart 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, terwijl nog geen vijf jaren zijn verstreken sedert een veroordeling van verdachte wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest.

2. Er bestaat samenhang met de zaken 16/01310 en 16/02519. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.