Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 5 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:927Zaaknummer 17/00038
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 5 juni 2018
- Publicatiedatum
- 4 september 2018
- Zaaknummer
- 17/00038
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 16/06267 en 17/00200.
Conclusie inzake:
[verdachte] [_e55e3801-90db-4629-8e4d-8e4926fbf6e7]
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 december 2016 voor 1 subsidiair: medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1, onder a, Van de Wet op de kansspelen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een geldboete van € 5000 en tot een taakstraf van 200 uur.
2. Verdachte heeft tijdig cassatie doen instellen. De aanzegging van het eerste lid van artikel 435 Sv is aan verdachte in persoon op 29 augustus 2017 uitgereikt. Niet blijkt dat verdachte binnen de termijn genoemd in artikel 437 lid 2 Sv door een advocaat een schriftuur, houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Nr. 17/00038
Mr. A.J. Machielse
Zitting: 5 juni 2018 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[verdachte] [_e55e3801-90db-4629-8e4d-8e4926fbf6e7]
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 december 2016 voor 1 subsidiair: medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1, onder a, Van de Wet op de kansspelen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een geldboete van € 5000 en tot een taakstraf van 200 uur.
2. Verdachte heeft tijdig cassatie doen instellen. De aanzegging van het eerste lid van artikel 435 Sv is aan verdachte in persoon op 29 augustus 2017 uitgereikt. Niet blijkt dat verdachte binnen de termijn genoemd in artikel 437 lid 2 Sv door een advocaat een schriftuur, houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2018:1424 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2018:1424 Hoge Raad, 4 september 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.