Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 28 augustus 2018

ECLI:NL:PHR:2018:826Zaaknummer 17/02754

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
28 augustus 2018
Publicatiedatum
9 oktober 2018
Zaaknummer
17/02754
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02751.

Volledige tekst

Nr. 17/02754 Zitting: 28 augustus 2018Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte]
  • De verdachte is bij arrest van 30 januari 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis.
  • Er bestaat samenhang met de zaak 17/02751. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
  • Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.
  • De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 9 december 2017 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 9 februari 2018. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. Overigens heeft de raadsman van de verdachte, mr. B. Tieman, advocaat te Utrecht, per brief van 5 februari 2018 aan de Hoge Raad laten weten dat hij in de onderhavige zaak geen cassatiemiddel zal indienen.
  • Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
  • Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.