Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 29 augustus 2017

ECLI:NL:PHR:2017:996Zaaknummer 15/05319

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
29 augustus 2017
Publicatiedatum
3 oktober 2017
Zaaknummer
15/05319
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 15/05318.

Volledige tekst

Nr. 15/05319 P Zitting: 29 augustus 2017 (bij vervroeging)Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [betrokkene]
  • Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 10 november 2015 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 57.950 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
  • Er bestaat samenhang met de zaak 15/05318. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
  • De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 22 april 2016 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 21 juni 2016. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
  • Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
  • Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.