Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 18 april 2017

ECLI:NL:PHR:2017:778Zaaknummer 16/04646

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
18 april 2017
Publicatiedatum
7 januari 2019
Zaaknummer
16/04646
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

-

Volledige tekst

Nr. 16/04646 P Zitting: 18 april 2017Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [betrokkene]
  • Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 10 september 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van het bedrag van € 1.325,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
  • Er bestaat samenhang met de zaak 16/04647. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
  • Ingevolge de artikelen 437 lid 2 juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de betrokkene niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
  • Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.