Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2017

ECLI:NL:PHR:2017:345Zaaknummer 15/04449

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
21 maart 2017
Publicatiedatum
16 mei 2017
Zaaknummer
15/04449
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 15/04453, 15/04654 P en 15/04655.

Volledige tekst

Nr. 15/04449 P Zitting: 21 maart 2017Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene]
  • Het Gerechtshof Den Haag heeft bij uitspraak van 17 september 2015 het vonnis bevestigd van de rechtbank Den Haag van 22 september 2014, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 12.075,- en de betrokkene de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming.
  • Er bestaat samenhang met de zaken 15/04453, 15/04654P en 15/04655. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
  • De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
  • Art. 511h Sv schrijft in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, moet de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep worden verklaard.
  • Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.