Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2017

ECLI:NL:PHR:2017:121Zaaknummer 15/00832

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
17 januari 2017
Publicatiedatum
7 maart 2017
Zaaknummer
15/00832
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/00835.

Volledige tekst

Nr. 15/00832 Zitting: 17 januari 2017Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte]
  • De verdachte is bij arrest van 28 januari 2015 door het Gerechtshof Den Haag wegens “witwassen, terwijl het feit wordt begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een geldboete van vijfduizend euro.
  • Deze zaak hangt samen met de onder nr. 15/00835 bij de Hoge Raad aanhangige zaak, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
  • Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 20 mei 2016 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 19 juli 2016. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
  • Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
  • Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.