Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 29 maart 2016

ECLI:NL:PHR:2016:577Zaaknummer 15/02551

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
29 maart 2016
Publicatiedatum
5 juli 2016
Zaaknummer
15/02551
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Klimop-zaak. Geen middelen van cassatie ingediend. HR verklaart verdachte n-o.

Volledige tekst

Nr. 15/02551 Zitting: 29 maart 2016Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte]
  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 27 januari 2012 verdachte wegens 1. “oplichting”, 2. “het, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, aannemen van een gift of een belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever”, 3. “medeplegen van witwassen”, 4. “het, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, aannemen van een gift of een belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever”, 5. “medeplegen van witwassen”, 6. “medeplegen van witwassen” en 8. “het, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, aannemen van een gift of een belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Voorts heeft het hof een aantal beslissingen betreffende de voorlopige hechtenis van de verdachte genomen, een en ander als in het arrest omschreven.
  • Er bestaat samenhang tussen de onderhavige zaak en de zaken [medeverdachte 4] (15/01218), [medeverdachte 10] (15/01317), [medeverdachte 5] (15/01433), [medeverdachte 3] (15/01452), [medeverdachte 2] (15/01520), [medeverdachte 9] (15/01638), [medeverdachte 6] (15/03518), [medeverdachte 7] (15/03519) en [medeverdachte 1] (15/03520). In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
  • Namens verdachte heeft mr. E.J.M. Wild, advocaat te ’s-Hertogenbosch, op 6 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 29 augustus 2015 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste, lid Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
  • Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.