Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2016

ECLI:NL:PHR:2016:336Zaaknummer 14/06312

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
8 maart 2016
Publicatiedatum
11 mei 2016
Zaaknummer
14/06312
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Onderzoek “Jasmijn”. HR: verdachte n-o, geen middelen ingediend.

Volledige tekst

Nr. 14/06312 Zitting: 8 maart 2016Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] [_b9d9d0d0-bc7e-4fb0-bb7d-4568207fc51e]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 november 2014.

2. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

4. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.