Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:157Zaaknummer 15/02267
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 26 januari 2016
- Publicatiedatum
- 30 maart 2016
- Zaaknummer
- 15/02267
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag. Art. 552a Sv. HR: geen middelen ingediend. Klager is o.g.v. art. 447.5 Sv n-o in het beroep.
Volledige tekst
| Nr. 15/02267 B Zitting: 26 januari 2016 | Mr. Knigge Conclusie inzake: [klager] [_f9d189a5-1b6e-434c-9eba-eb5e2da87c22] |
1. De Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 20 februari 2015 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn op de voet van art. 552a Sv ingediende bezwaar.
2. Tegen deze uitspraak is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. De aanzegging in cassatie is op 9 juni 2015 betekend aan klager in persoon. Een schriftuur is niet binnengekomen. Nu klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 447 lid 5 Sv niet in acht genomen, zodat klager reeds hierom niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2016:527 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2016:527 Hoge Raad, 29 maart 2016 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.