Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 21 januari 2014

ECLI:NL:PHR:2014:60Zaaknummer 13/00209

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
21 januari 2014
Publicatiedatum
18 februari 2014
Zaaknummer
13/00209
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Verdachte wordt n-o verklaard in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Volledige tekst

Nr. 13/00209 Zitting: 21 januari 2014Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 7 november 2012:(i) de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep terzake van het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) tenlastegelegde;

(ii) verzoekster

- niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep terzake van het in zaak A (parketnummer 15-740424-07) primair en subsidiair en het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) onder 3 tenlastegelegde;

- vrijgesproken van het in zaak A (parketnummer 15-740424-07) primair en subsidiair en het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) onder 1, 2 en 6 tenlastegelegde; en

- haar wegens – kort gezegd – het voorhanden hebben van een vervalst rijbewijs (feit 4 zaak B parketnummer 15-669736-07) en het medeplegen van het voorhanden hebben van munitiehouders, munitie en vuurwapens (feiten 5 en 7 zaak B parketnummer 15-669736-07) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Voorts heeft het Hof ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen de teruggave aan verzoekster en andere personen bevolen dan wel onttrokken aan het verkeer dan wel de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende, één en ander zoals in het arrest vermeld. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

2. Deze zaak hangt samen met de strafzaken tegen [medeverdachte 3] (griffienummer 12/05229) en [medeverdachte 1] (griffienummer 12/05602) (griffienummer 13/00209) waarin ik heden eveneens concludeer.

3. Verzoekster heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens haar geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.