Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:57Zaaknummer 12/05090
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 28 januari 2014
- Publicatiedatum
- 18 februari 2014
- Zaaknummer
- 12/05090
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
De strafmotivering bevat, in strijd met art. 359.6 Sv, geen opgave van redenen die i.h.b. hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 30 oktober 2012 is de verdachte door het Gerechtshof Arnhem wegens (winkel)diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken.
2. Namens de verdachte heeft mr E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat het Hof de straf onvoldoende heeft gemotiveerd.
4. Het hof heeft de opgelegde straf die vrijheidsbeneming medebrengt als volgt gemotiveerd:
“De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken."
5. Het middel is terecht voorgesteld omdat bovenstaande overwegingen, in strijd met het zesde lid van art. 359 Sv, geen opgave bevatten van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf (vgl. onder veel meer HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8747).
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing, maar alleen ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan, en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G
Volledige tekst
Nr. 12/05090
Mr. Jörg
Zitting 28 januari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 30 oktober 2012 is de verdachte door het Gerechtshof Arnhem wegens (winkel)diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken.
2. Namens de verdachte heeft mr E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat het Hof de straf onvoldoende heeft gemotiveerd.
4. Het hof heeft de opgelegde straf die vrijheidsbeneming medebrengt als volgt gemotiveerd:
“De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken."
5. Het middel is terecht voorgesteld omdat bovenstaande overwegingen, in strijd met het zesde lid van art. 359 Sv, geen opgave bevatten van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf (vgl. onder veel meer HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8747).
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing, maar alleen ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan, en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:355 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:355 Hoge Raad, 18 februari 2014 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.