Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2014

ECLI:NL:PHR:2014:2751Zaaknummer 13/04457

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
2 december 2014
Publicatiedatum
5 februari 2015
Zaaknummer
13/04457
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Verdachte n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Volledige tekst

Nr. 13/04457 Zitting: 2 december 2014Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte]

1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.[_ebe12a91-6db8-439d-bf99-ef45e3a56d98]

3. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is blijkens de akte van uitreiking op 12 augustus 2014 aan de verdachte in persoon betekend. Aan de raadsman van verdachte is op 18 augustus 2014 een mededeling van die betekening verzonden. Namens verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.