Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2014

ECLI:NL:PHR:2014:2446Zaaknummer 13/00291

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
4 november 2014
Publicatiedatum
7 januari 2015
Zaaknummer
13/00291
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Verdachte n-o in het cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Volledige tekst

Nr. 13/00291 Zitting: 4 november 2014Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte]

1. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2012.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/00300, 13/00303 en 13/00291. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie ingediend.[_9aab9dc3-cca8-4908-8c4b-35a91d96a2b8]

4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.