Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 28 oktober 2014

ECLI:NL:PHR:2014:2067Zaaknummer 13/02466

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
28 oktober 2014
Publicatiedatum
18 november 2014
Zaaknummer
13/02466
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Betrokkene n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Volledige tekst

Nr. 13/02466 P Zitting: 28 oktober 2014Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] [_df384c3e-5e58-416c-9183-1ba6da95d2a9]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 november 2012.

2. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

3. Ingevolge art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

4. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.