Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 19 februari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ1537Zaaknummer 11/01934
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 19 februari 2013
- Publicatiedatum
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01934
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, heeft bij arrest van 17 februari 2011 verdachte wegens - kort weergegeven - gekwalificeerde diefstal en poging daartoe, medeplegen van poging tot doodslag, medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, alsmede meermalen medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent inbeslaggenomen voorwerpen en vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 4] (11/01078), [medeverdachte 1] (11/01105) en [medeverdachte 3] (12/02063) waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, op 3 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 1 mei 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Nr. 11/01934
Mr. Vegter
Zitting: 18 december 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, heeft bij arrest van 17 februari 2011 verdachte wegens - kort weergegeven - gekwalificeerde diefstal en poging daartoe, medeplegen van poging tot doodslag, medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, alsmede meermalen medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent inbeslaggenomen voorwerpen en vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 4] (11/01078), [medeverdachte 1] (11/01105) en [medeverdachte 3] (12/02063) waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, op 3 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 1 mei 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2013:BZ1537 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2013:BZ1537 Hoge Raad, 19 februari 2013 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.