Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 20 augustus 2013

ECLI:NL:PHR:2013:907Zaaknummer 11/04275 P

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20 augustus 2013
Publicatiedatum
9 oktober 2013
Zaaknummer
11/04275 P
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Economische profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkende n-o.

Conclusie inzake:

[betrokkene] [_278d2af0-bc33-4828-9379-0d291cb3a14c]

1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 8 oktober 2011 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, afgewezen.

2. Mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg, heeft namens betrokkene beroep in cassatie ingesteld.

3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is na vergeefse uitreiking op het gba-adres op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die verklaarde mondeling gemachtigde te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 5 oktober 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Volledige tekst

Nr. 11/04275 P

Mr. Machielse

Zitting 20 augustus 2013

Conclusie inzake:

[betrokkene] [_278d2af0-bc33-4828-9379-0d291cb3a14c]

1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 8 oktober 2011 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, afgewezen.

2. Mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg, heeft namens betrokkene beroep in cassatie ingesteld.

3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is na vergeefse uitreiking op het gba-adres op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die verklaarde mondeling gemachtigde te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 5 oktober 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.