Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:763Zaaknummer 12/02136 E
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 28 mei 2013
- Publicatiedatum
- 10 september 2013
- Zaaknummer
- 12/02136 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Economische zaak. De HR verklaart de verdachte n-o in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Conclusie inzake:
[verdachte] [_8b247c51-29c4-4b8d-b2f2-89fc4715626d]
1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte op 8 februari 2011 wegens “Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon” veroordeeld tot een geldboete van € 2.500.
2. Mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann, advocaat te ’s-Hertogenbosch, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is op 4 mei 2012 betekend aan een persoon die verklaarde bestuurder/vennoot van verdachte te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 3 juni 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Volledige tekst
Nr. 12/02136 E
Mr. Machielse
Zitting 28 mei 2013
Conclusie inzake:
[verdachte] [_8b247c51-29c4-4b8d-b2f2-89fc4715626d]
1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte op 8 februari 2011 wegens “Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon” veroordeeld tot een geldboete van € 2.500.
2. Mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann, advocaat te ’s-Hertogenbosch, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is op 4 mei 2012 betekend aan een persoon die verklaarde bestuurder/vennoot van verdachte te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 3 juni 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2013:679 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2013:679 Hoge Raad, 10 september 2013 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.