Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2303Zaaknummer 11/04663
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 26 november 2013
- Publicatiedatum
- 29 januari 2014
- Zaaknummer
- 11/04663
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
N-o verklaring verdachte in h.b. Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357. Het middel klaagt terecht dat het Hof het voorgaande heeft miskend, nu uit het p.v. van de tz. in h.b. blijkt dat verdachte en de raadsman op die tz. zijn verschenen en het aldaar verhandelde bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) h.b. te doen instellen.
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 12 september 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep op de grond dat in de akte rechtsmiddel niet is vermeld dat de raadsman bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat de niet-ontvankelijkheid ten onrechte is uitgesproken. Daarvoor worden twee gronden aangevoerd. (i) De akte is ter griffie opgemaakt en aldaar door de raadsman ondertekend; de raadsman mag er dan op vertrouwen dat in een standaardakte geen omissies voorkomen. (ii) De verdachte is (met haar raadsman) ter zitting verschenen en heeft verklaard dat zij hoger beroep wilde instellen.
4. Het middel slaagt op grond van hetgeen in (i) ECLI:NL:HR:2011:BR2337 en (ii) ECLI:NL:HR:2013: BY8357 is overwogen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G
Volledige tekst
Mr Jörg
Nr. 11/04663
Zitting 26 november 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 12 september 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep op de grond dat in de akte rechtsmiddel niet is vermeld dat de raadsman bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat de niet-ontvankelijkheid ten onrechte is uitgesproken. Daarvoor worden twee gronden aangevoerd. (i) De akte is ter griffie opgemaakt en aldaar door de raadsman ondertekend; de raadsman mag er dan op vertrouwen dat in een standaardakte geen omissies voorkomen. (ii) De verdachte is (met haar raadsman) ter zitting verschenen en heeft verklaard dat zij hoger beroep wilde instellen.
4. Het middel slaagt op grond van hetgeen in (i) ECLI:NL:HR:2011:BR2337 en (ii) ECLI:NL:HR:2013: BY8357 is overwogen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:190 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:190 Hoge Raad, 28 januari 2014 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.