Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 1 oktober 2013

ECLI:NL:PHR:2013:1369Zaaknummer 12/01360

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
1 oktober 2013
Publicatiedatum
26 november 2013
Zaaknummer
12/01360
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Volledige tekst

Nr. 12/01360 Zitting: 1 oktober 2013Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker is bij arrest van 7 maart 2012 door het Gerechtshof te Leeuwarden wegens “1 primair diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels”, 2 primair en 3 primair, telkens “poging tot oplichting, meermalen gepleegd”, “4 medeplegen van oplichting” en “5 poging tot oplichting”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden. Voorts heeft het Hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 12/01360, 12/03730 en 12/01675P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verzoeker heeft mr. S.M. Kurvers, advocaat te Maastricht, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat het Hof het door de raadsvrouw van verzoeker ter terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2012 gevoerde preliminaire verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen, althans dat de motivering van die afwijzing onbegrijpelijk is dan wel van een onjuiste rechtsopvatting getuigt.

5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2012 houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“De raadsvrouw deelt mede, zakelijk weergegeven:

In de strafzaak voer ik het preliminaire verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Ten eerste omdat er geen cautie is gegeven en geen tolk bij de verhoren van cliënt aanwezig is geweest. Ten tweede omdat er wel een zoeking heeft plaatsgevonden zonder machtiging en mijn cliënt geen toestemming heeft gegeven om zijn woning te doorzoeken.

(…)

De raadsman[_1a46d4fc-d35d-4f0b-81a9-50b9ff25a319] dupliceert, zakelijk weergegeven:

Ik persisteer.

Na een korte onderbreking van de zitting voor beraad, hervat het hof de behandeling ter zitting. Als beslissing van het hof deelt de voorzitter het volgende mede:

Er is geen sprake van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafzaak. Er is niet doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte gehandeld door het openbaar ministerie. Of er sprake is van een zodanig verzuim dat dit tot bewijsuitsluiting of strafvermindering dient te leiden zal het hof beoordelen in het eindarrest.”

6.

In de toelichting op het middel wordt geklaagd dat het Hof heeft nagelaten te motiveren waarom het onrechtmatig handelen in het vooronderzoek niet valt aan te merken als doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen van verzoeker, dan wel heeft nagelaten uit te leggen waarom verzoeker niet in zijn belangen zou zijn geschaad.

7.

Het kennelijke en niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gevende oordeel van het Hof dat uit hetgeen door de raadsvrouw van verzoeker is aangevoerd niet volgt dat door het Openbaar Ministerie doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen van verzoeker is gehandeld[_0bbf03f8-804f-45de-bd12-23f37d784913], komt mij, in aanmerking genomen dat een beschrijving van de omstandigheden waaronder de gestelde verzuimen zouden zijn begaan in het geheel ontbreekt, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd voor.[_10354c20-7c8f-47c2-a159-1071839e01cd]

8.

Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

9.

Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

10.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.