Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BW5185Zaaknummer 11/03701
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 3 juli 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/03701
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Hofstad. Verdachte n-o in cassatie, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend
Conclusie inzake:
[Verdachte 7](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 17 december 2010, na vernietiging van een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 23 januari 2008 en verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 2 februari 2010, voor 1 en 2 primair, eerste alternatief: "de voortgezette handeling van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", en voor 2 primair, tweede alternatief: "het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden.
2. Mr. V.L. Koppe, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld.
3. Op 14 oktober 2011 is de aanzegging van art. 435 lid 1 Sv aan verdachte is op 25 augustus 2011 rechtsgeldig betekend. Binnen de door art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn is ter administratie van de Hoge Raad geen schriftuur ontvangen. Derhalve zal de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nrs. 11/00284 ([verdachte 3]), 11/00043 ([verdachte 6]), 11/02669 ([verdachte 5]), 10/05537 ([verdachte 4]) en 11/00041 ([verdachte 1]), waarin ik ook vandaag concludeer.
Volledige tekst
Nr. 11/03701
Mr. Machielse
Zitting 28 februari 2012 1
Conclusie inzake:
[Verdachte 7](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 17 december 2010, na vernietiging van een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 23 januari 2008 en verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 2 februari 2010, voor 1 en 2 primair, eerste alternatief: "de voortgezette handeling van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", en voor 2 primair, tweede alternatief: "het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden.
2. Mr. V.L. Koppe, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld.
3. Op 14 oktober 2011 is de aanzegging van art. 435 lid 1 Sv aan verdachte is op 25 augustus 2011 rechtsgeldig betekend. Binnen de door art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn is ter administratie van de Hoge Raad geen schriftuur ontvangen. Derhalve zal de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nrs. 11/00284 ([verdachte 3]), 11/00043 ([verdachte 6]), 11/02669 ([verdachte 5]), 10/05537 ([verdachte 4]) en 11/00041 ([verdachte 1]), waarin ik ook vandaag concludeer.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9015 http://psi.rechtspraak.nl/conclusieVoorCassatie
- ECLI:NL:HR:2012:BW5185 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2012:BW5185 Hoge Raad, 3 juli 2012 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9015 Gerechtshof Amsterdam, 17 december 2010 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.