Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BU4008Zaaknummer 11/02815
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 17 januari 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/02815
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Conclusie inzake:
[Verdachte 3](1)
1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 25 oktober 2010 voor "Mensenhandel, gepleegd door 2 of meer verenigde personen" en "Mishandeling, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het hof vorderingen van de benadeelde partij toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd zoals in het arrest omschreven.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 6 juli 2011 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 5 september 2011. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.(2)
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaken [verdachte 1], 11/02813, en [verdachte 2], 11/02814, waarin ik vandaag ook concludeer.
2 A.J.A. van Dorst, 2009. Cassatie in strafzaken, p. 74.
Volledige tekst
Nr. 11/02815
Mr. Machielse
Zitting 8 november 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte 3](1)
1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 25 oktober 2010 voor "Mensenhandel, gepleegd door 2 of meer verenigde personen" en "Mishandeling, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het hof vorderingen van de benadeelde partij toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd zoals in het arrest omschreven.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 6 juli 2011 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 5 september 2011. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.(2)
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaken [verdachte 1], 11/02813, en [verdachte 2], 11/02814, waarin ik vandaag ook concludeer.
2 A.J.A. van Dorst, 2009. Cassatie in strafzaken, p. 74.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2012:BU4008 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2012:BU4008 Hoge Raad, 17 januari 2012 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.